1 oktober 2020

Adriaan vertelt vanuit Colombia: virtuele lessen

 Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia. Dit keer vertelt hij over virtuele lessen. 

“Dikke complimenten voor de leerkrachten. Zij hebben nog steeds het overgrote deel van de kinderen aan het studeren. Dat is een heel groot compliment waard. De omstandigheden waarin zij hun werk moeten doen zijn gewoon heel moeilijk. Virtueel lesgeven in een land waar 30% van de bevolking de beschikking heeft over internet, die dan ook nog voor het overgrote gedeelte in de stad wonen, is geen sinecure.

Alleen de allerkleinsten hebben geen les, maar ook de kleuterklas krijgt elke dag hun huiswerk. We hebben over de hele school slechts 6 kinderen die niet constant meedoen met de lessen. Komt bij, dat ze ook nog eens niets achterlopen op de planning.

Het is regentijd en met een stevige bui valt de stroom meteen uit. Het voordeel van virtueel lesgeven is dat de lesuren flexibel kunnen worden ingevuld. Dan moet je wel kinderen en ouders hebben die daar geen probleem mee hebben. Dan moet je ook ouders hebben die het geld uit willen geven om een dag een werkende telefoon of internet te hebben. Voor de ouders die dat niet kunnen betalen printen de leerkrachten het huiswerk uit en bezorgen ze deze bij de kinderen. We hebben geen echte cijfers maar ik weet vrijwel zeker dat er maar heel weinig scholen in Colombia zijn die dit voor elkaar krijgen.

In het grootste gedeelte van het land wordt er geen onderwijs gegeven. Daar raken de kinderen een heel studiejaar kwijt. Dat jaar gaan ze hoogstwaarschijnlijk volgend jaar ook niet overdoen. Hier is het papiertje belangrijker dan het diploma en hoe eerder de kinderen van de school af zijn hoe eerder ze aan het werk kunnen.

In het dorp is nog steeds geen corona. Er zijn een paar mensen gestorven met verschijnselen van de ziekte maar er zijn geen echte zieken. Dat is belangrijk omdat er nu nog steeds geld verdient kan worden. Dat is wel minimaal.

We delen nog steeds elke dag voedsel uit aan de kinderen die anders maar 1 maaltijd per dag zouden krijgen. Een kind met honger kan niet leren, ook niet virtueel.

Het probleem van gebrek aan voeding is steeds groter aan het worden in Colombia. Ondervoeding van heel veel kinderen is dreigend aanwezig. En als een kind eenmaal ondervoed is dan heeft dat kind jaren nodig om weer de oude te worden. Dat krijgt op heel veel gebieden een achterstand die het maar heel moeilijk in zal kunnen halen. Dat probleem hebben we nog niet in het dorp dankzij de leerkrachten die als een kloek op hun kinderen passen.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia: Onschuldig veroordeeld

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia. Dit keer vertelt hij over: Onschuldig veroordeeld                                             

“Zo voelen we ons door het corona virus. Gisteren waren we precies 4 maanden opgesloten in ons huis. Sinds een maand mogen we 1 uur in de morgen sporten tussen 5.00 en 7.00 uur en een keer in de 10 dagen mogen we naar de dichts bij zijnde supermarkt.

Als je mij ooit verteld zou hebben dat ik nog een keer uit zou kijken naar het moment dat ik naar de supermarkt zou gaan dan had ik je uitgelachen. Maar nu is het al 4 maanden een van mijn hoogtepunten. Ik moet glimlachen als ik af en toe de reacties lees in Nederland op de Corona maatregelen. Hele discussies over afstand houden en wel of geen mondkapje. Dat is een luxe die wij niet kennen.

Naar buiten is met mondkapje. Als ik hard loop dan heb ik mijn mondkapje onder mijn lippen hangen omdat ik het lastig vind om mijn ademhaling te controleren met zo een ding voor mijn mond. Maar ik moet er dan wel rekening mee houden dat ik verschillende keren aangesproken wordt met, mijnheer U heeft uw mondkapje niet goed op.

In Cartagena zijn 35.000 kleine ondernemers. Die hebben al die tijd geen inkomen en de hulp die ze gekregen hebben is minimaal. Een paar voedselpakketten en de mogelijkheid om een dure lening af te sluiten. En toch blijft iedereen binnen en gaat niemand open. Ze willen wel maar ze weten ook dat het eigenlijk niet kan. Dat komt omdat de intensive care bedden, landelijk voor 80% bezet zijn. Met andere woorden het gezondheidssysteem loopt de kans om in te storten. In de grootste brandhaarden, Bogota en Barranquilla heeft het leger de straten over genomen. Er wordt hard opgetreden voor diegene die de regels overtreden.

Colombia heeft nu 155.000 besmettingen en 5500 doden. Maar het ergste is dat die cijfers nog steeds oplopen. Er zijn al een paar departementen die geen een bed meer vrij hebben op de intensive care. Tel daarbij oplopende besmettingen en dan hoef je geen slimme jongen te zijn om te zien dat dit wel eens goed fout kan gaan.

Er gaan nu stemmen op om het hele land voor onbepaalde tijd binnen te laten blijven. Maar het handhaven in de arme wijken is een onmogelijke opgave. Daar is de dood teveel aanwezig in hun normale leven. Daar is het Corona virus alleen maar een manier meer om dood te gaan. Voor hun is het gewoon dansen met de dood. Dus wij hebben ons er al lang bij neer gelegd dat we nog wel eens een hele tijd langer binnen mogen blijven.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia: virtueel

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia. Dit keer: Virtueel 

“De scholen zijn nog steeds gesloten en ik geloof er helemaal niets van dat ze dit jaar nog open gaan. Er is hier een panische angst dat de kinderen iets kan overkomen. Daar is helemaal niet tegenop te argumenteren. Toen de president liet doorschemeren dat ze plannen hadden om de scholen weer te openen ontplofte het land bijna. Het journaal opende ermee en de kranten hadden er een halve voorpagina voor nodig om uit te leggen dat de regering helemaal gek was geworden. Die durven er dus zelf nooit meer over te beginnen.

Ik heb op de school van onze pleegdochter gevraagd naar de argumenten om de kinderen niet naar school te sturen. Daar heb ik geen punten mee gescoord. Er valt niet te praten als er een risico is van besmetting voor de kinderen. En helaas, er is hier risico voor de kinderen. Hier zijn kinderen van alle leeftijden gestorven aan corona. En elk dood kind is hier dagen gespreksstof.

Ook in het dorp is er niet over te praten. Een normaal gesprek over corona is niet mogelijk. Paniek heeft de overhand. Er is een mogelijke corona dode in het dorp en dat was meteen het einde van de relatieve rust die er in het dorp was. Deze patiënt was een terugkomer.

Heel veel bewoners die in de stad werkten zijn teruggekomen naar hun geboortedorp. In de stad is er geen werk meer en in het dorp helpt iedereen elkaar. Voor zover ik weet is er verder niemand besmet. Ze hebben de familieleden getest en die waren allemaal negatief.

Maar het vertrouwen is weg. Iedereen die een keer durft te hoesten is meteen een mogelijke corona patiënt. De geruchten van de mogelijke besmettingen variëren van 25 tot 50 personen. Dat gaat niet veranderen.

Het is regentijd en de temperaturen schommelen nu van heel warm tot fris. Vrachten mensen hebben nu de griep en die zijn dan meteen gebombardeerd tot mogelijke corona patiënt. Ze testen zogenaamd wel maar daar heb ik geen millimeter vertrouwen in. Dit is platteland.

Vanuit alle hoeken worden bloedmonsters opgestuurd naar Monteria. De hoofdstad van Cordoba. Daar hebben ze een laboratorium die 150 testen per dag kan controleren. Als alle dorpen in Cordoba net zoveel monsters opstuurt als ons dorp moet de koelcel volstaan. De wil is er maar zoiets hebben ze hier nog nooit meegemaakt. Dit vraagt een organisatie die ze hier nog nooit gekend hebben. Dat is meteen mijn grootste zorg. Hoe gaan ze in hemelsnaam dit virus onder controle krijgen? “

Adriaan vertelt vanuit Colombia: Honger of ziek?

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia. Met regelmaat stuur hij een bericht. Dit keer: Honger of ziek.
“Op 10 maart is hier alles op slot gegaan. Nu zijn we 3 ½ maand verder en is nog steeds alles compleet dicht. De druk om hier een einde aan
te maken word met de dag groter en dat is volkomen te begrijpen.
De hulp die de overheid biedt blijft beperkt tot de mogelijkheid om een lening af te sluiten. Maar de verhuurders willen elke maand hun geld. Ook gas/water/licht blijven gewoon hun rekeningen sturen. Alleen enkele hele grote bedrijven betalen hun personeel nog voor een gedeelte door. Als er echter geen inkomsten zijn dan is het onmogelijk om rekeningen te betalen. Vet op de ribben kennen ze hier niet, het beetje reserve dat de bedrijven hadden is allang op.
Dus zit het overgrote deel van het personeel thuis zonder inkomsten. Tot nu toe hebben 97 bedrijven in het centrum voor goed hun deuren
gesloten. Die lijst is elke week groter. Er gaat nu geen dag voorbij of een groep ondernemers dient een verzoek in bij de gemeente om de
deuren open te mogen doen. Ze beginnen steeds meer samen te werken en dus word de druk op de overheid groter en groter. Maar het aantal besmettingen stijgt nog elke dag met 3500 personen. De teller loopt richting de 100.000 besmettingen. Het aantal geregistreerde doden staat op 3100 maar dat aantal is in werkelijkheid veel hoger. Ik heb net nog een foto in de krant gezien waarbij de kinderen met het dode lichaam van hun moeder het ziekenhuis uit vluchten. De overheid wil dat de lichamen gecremeerd worden maar dat wil hier vrijwel niemand. Ze bevolking is zwaar gelovig en velen denken dat een gecremeerd lichaam niet naar het hiernamaals gaat. Dat heeft al tot de nodige doodsbedreigingen voor
het medisch personeel opgeleverd. Dus is de doodsoorzaak gewoon long ontsteking. Ik zou nu niet graag in de schoenen staan van de overheid.

Ze kunnen er bijna niet onderuit om de beperkingen te versoepelen. De bevolking heeft honger. De voedselhulp is bij lange na niet genoeg. De intensive care afdelingen liggen gemiddeld voor 70% vol in het land. Tot nu toe heeft Colombia het redelijk onder controle. Ze moeten links en rechts wel met vliegtuigen de patiënten vervoeren maar ze worden geholpen. Maar als nu alles open gaat dan weet ik niet wat er gaat gebeuren. De regering heeft eigenlijk geen keus meer. Het wordt steeds meer een keus tussen honger en ziekte. Wij kunnen alleen maar een kaars aansteken.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia: Cruz Villeros la dulcera mayor

Adriaan van der Velden woont en werkt al jaren in Colombia.

Regelmatig vertelt hij vanuit dit land: “La dulcera mayor, de oudste snoepverkoopster of het zoetste oudje is niet meer onder ons. Ze is afgelopen week overleden op 102 jarige leeftijd. Volgens haar dochter was de oorzaak dat ze niet meer kon werken (covid) en vervolgens dood ging van verveling.

Maar liefst 56 jaar heeft ze snoep verkocht in de la calle de las dulces (straat van de zoetigheid), in het oude stadcentrum. Haar leven als verkoopster begon op 46 jarige leeftijd.

Tot haar 46 jaar had ze haar handen vol aan de opvoeding van haar 6 kinderen. Ze heeft er enkele mannen voor nodig gehad maar al haar kinderen hebben gestudeerd en daar is ze terecht trots op. Ze heeft 13 kleinkinderen en 8 achter-kleinkinderen. Nadat het laatste kind de deur uit was besloot Cruz dat haar kinderen nog wel wat hulp konden gebruiken. Daarbij kwam ze op het idee om snoep te gaan verkopen.

Het snoep is fruit dat gesuikerd is. Zoet en een lekkernij voor de lokale bevolking. De verkoop van het snoep deed ze met dezelfde toewijding zoals ze voor haar kinderen zorgde. Als je een keer iets bij haar gekocht had en je kwam 3 maanden later terug dan kende ze haar klant meteen.

Ze hield ervan om met iedereen, waarmee ze de kans kreeg, in discussie te gaan over de politiek. Daar kon nooit iemand iets goed doen en ze kreeg hierbij altijd gelijk. Ze deed dit echter altijd met een lach en zij daarna, ‘eens komt alles goed’.

Haar kinderen en kleinkinderen zagen oma alleen op zondag. De rest van de week liep ze elke morgen om 9.00 uur naar haar werkplek en ging weer dezelfde weg terug om 7.00 uur s, avonds. 3 kilometer heen en 3 kilometer terug. Dat heeft ze volgehouden tot haar 95e verjaardag.

Daarna ging ze achterop een brommer naar haar werk. Alleen de laatste 4 jaar van haar leven had ze de hulp nodig van een dochter om haar werk te kunnen doen.

Het is jammer dat mensen zoals onze dulcera mayor ook dood gaan. Ze zouden eeuwig moeten blijven leven.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia: Wie gaat dat betalen?

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia: “Ruim 13 weken zitten we nu binnen. Hier hebben ze casa por carcel, dat is zoiets als huisarrest. Dat wordt hier meestal gebruikt voor de politici en de rijke misdadigers.

Na 13 weken kunnen wij jullie mededelen dat dit reuze meevalt. Mijn vrouw poetst het huis kapot, onze pleegdochter studeert de hele dag en ik heb ook al een cursus Engels/Spaans afgemaakt. Ik denk er nu aan om een cursus Chinees te beginnen. Dan kan ik zelf lezen wat ze ons allemaal wijs proberen te maken.

We zitten nu op 53.000 besmettingen en 2200 geregistreerde doden. In Cartagena kennen we 5000 besmettingen en 200 doden. Het vervelendste is wel dat iedereen zegt dat het ergste nog moet komen. Dus dat gaat nog wel een tijdje aanhouden.

Waar ik me veel drukker over maak is de gedachte, wie gaat dit allemaal betalen. Colombia is geen Nederland. Hier hoor je geen enkel woord over miljarden pakketten aan hulp. Het enige wat je hier ziet zijn rode vlaggen uit de ramen. Dat wil zeggen, help ons, we hebben honger. De middenstand heeft een keer een hulppakket ontvangen van 375.000 peso’s (€ 95,00).

Daarnaast hebben de banken de opdracht gekregen om tolerant te zijn in de krediet verstrekking. Of je daar blij mee moet zijn. Een groot bedrijf betaald hier tussen de 5% en 10% rente per jaar, een middelgroot bedrijf tussen de 10% en 20% en de kleine bedrijven tot 50%.

Veel productie bedrijven zijn nog steeds in bedrijf maar een stad als Cartagena draait voor een groot gedeelte op het toerisme. In de stad zijn meer dan 1000 restaurants en 300 hotels. Duizenden mensen leven ook nog eens van de toeleveringen en onderhoud. Die zijn allemaal al 13 weken dicht. En die zullen nog heel lang dicht zijn. Dat wordt, zeker dit jaar, helemaal niets meer.

Dit virus heeft een enorme impact op een economie die net de laatste jaren aan het opbloeien was. Het risico is heel groot dat we weer jaren terug geslingerd worden in de tijd. Elke ondernemer probeert op zijn manier nog iets van zijn omzet te behouden. Maar ze zijn er niet op ingericht. Wij hebben een paar keer een maaltijd laten bezorgen maar als je dan een koude en kleffe hap op je bord heb liggen moet je wel heel enthousiast zijn om nog een keer te bestellen. En het blijft een druppel op een gloeiende plaat.

We steken vanavond nog maar weer een kaars aan. Met de hoop dat het virus niet nog meer ellende aan gaat richten. Meer kunnen we helaas ook niet.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia: ongelijkheid

Adriaan van der Velden is geboren en getogen in Heeze. Woont intussen al jaren in Colombia. Hij vertelt:

“Ongelijkheid. Ik had gehoopt dat er met de protesten tegen de dood van George Floyd meer aandacht zou zijn voor de sociale ongelijkheid. Natuurlijk is het verschrikkelijk dat er nog steeds mensen worden veroordeeld op basis van kleur, afkomst, geloof of overtuiging. Maar volgens mij zit het grootste probleem in de sociale ongelijkheid. Vorige keer schreef ik al dat de Venezolanen bovenmatig vertegenwoordigd zijn in de misdaadcijfers in Colombia. Maar als je alleen werk kan krijgen als je, of harder werkt, of minder verdiend dan de gemiddelde Colombiaan wordt het leven niet makkelijk.

Deze mensen moeten mede daardoor een woonruimte gaan delen met anderen. Deze woonruimtes liggen allemaal ook nog eens in wijken waar geweld dagelijkse kost is. Dan wordt het bijna onmogelijk dat er niet een aantal de verkeerde kant op gaan. En voor je het weet worden de Venezolanen gestigmatiseerd als criminelen.

Maar de omstandigheden zijn voor een groot gedeelte de schuld. Wij hebben een school in San Bernardo del Viento in Cordoba. Dat is zone rood. Daar hebben de drugsbendes nog steeds de controle over de samenleving.

Leerkrachten [ en iedereen die wat meer verdiend dan iemand anders ] moeten er beschermgeld betalen. Dat is niet bepaald een aanbeveling om in Cordoba voor de klas te gaan staan. Dan komt onderwijs niet snel op de eerste plaats te staan. Dat onderwijs dat zo bepalend is om een einde te kunnen maken aan die sociale ongelijkheid. De meeste kinderen groeien daardoor op in een leefomgeving die gebaseerd is op geen verandering. Een vicieuze cirkel van geboren worden in armoede en dood gaan in armoede.

De bendes hebben hierdoor ook een constante aanwas van nieuwe leden. We doen met onze school onze uiterste best om verandering teweeg te brengen. Om de kinderen genoeg kennis bij te brengen dat ze weten dat ze hun leefomstandigheden kunnen veranderen. En zo zijn er heel veel initiatieven. Maar nog lang niet genoeg.

Er is meer dan geld genoeg op deze aarde om dit te realiseren. 5% van de wereldbevolking heeft 80% van de rijkdom in zijn bezit. Er zijn CEO’s die in een jaar meer verdienen dan het nationaal product van sommige landen. Multinationals die miljarden winst maken en amper belasting betalen.

George ik hoop van ganser harte dat je dood er ook voor gaat zorgen dat er een echte oplossing komt. Gelijke kansen voor iedereen op deze aarde. Rust zacht…

Adriaan vertelt vanuit Colombia: “Venezolanen en corona”

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia. Hij vertelt: “Ik heb de afgelopen weken heel dikwijls gedacht, hoe zou het met de Venezolanen gaan. Er is crisis en dan is het toch al heel snel eigen volk eerst. Dat, op een moment dat de teller op 1 ½ miljoen vluchtelingen stond.

Voor de corona gingen mijn vrouw en ik zeker een keer of drie in de week wandelen. Mijn vrouw is een Colombiaanse en die hebben wandelen niet hoog op hun hobbylijst staan. Maar zij ging graag mee als ze de vele vluchtelingen die we onderweg tegen kwamen kon helpen.

Onderweg kochten we producten van de vluchtelingen die we vervolgens weer weg gaven aan de traditionele daklozen. Dat deden heel veel mensen die in staat waren om te helpen. Maar we mogen al tien weken niet meer de straat op. We weten dat de regering aan hen als een van de eersten voedselpakketten heeft verstrekt. Maar daarna hebben we vrijwel niets meer van ze gehoord.

Ze wonen in de achterbuurten met heel veel mensen bij elkaar in veel te kleine woonruimtes. Dat weten we. We weten ook dat heel veel vrouwen in de prostitutie zijn terecht gekomen. We weten ook dat de Venezolanen bovenmatig vertegenwoordigd zijn bij geweldsmisdrijven. In de eerste 3 maanden van dit jaar zijn er 155 omgekomen. Bij overvallen, bendegevechten en weet ik wat voor ellende nog meer. We weten ook dat er voor het eerst best veel weer terug zijn gegaan naar Venezuela.

Het is hier vrijwel onmogelijk om nog rond te komen met de isolatie regels die gelden. Dus hebben velen ervoor gekozen om weer terug te gaan naar hun familie. Maar ik ben bang dat het daar nog erger is. Al is dat haast niet voor te stellen. Ik lees hier dat er in het land amper water uit de kraan komt. Dat de elektriciteit om de haverklap uitvalt. Dat het land nu olie in moet voeren uit Iran. En dat voor een land dat de grootste oliereserves van de wereld heeft.

De tijd dat de benzine er zowat gratis was is voor bij. Maduro geeft zijn aanhangers bonnen voor 100 liter per maand voor € 0,02 per liter. Maar dan ben je wel slaaf van Maduro. Wil je dat niet zijn dan betaal je € 0,50 per liter. Dat is meer dan een dagloon op dit moment. Zo houdt hij de macht over het volk. Zolang er nog steeds landen zijn die hem willen helpen kan hij dit vol blijven houden. De regering blijft stoer roepen dat er vrijwel geen corona is in Venezuela en dat er maar een paar honderd doden zijn. Maar de schaarse berichten die het land uit komen zeggen het tegenovergestelde.”

Adriaan vertelt: “Ik mis mijn kinderen…”

Adriaan van der Velden vertelt vanuit Colombia:  “Ik mis mijn kinderen.

Deze week zitten we al weer 10 weken in complete isolatie. Al 10 weken opgesloten in je eigen huis en de ellende is nog lang niet voorbij. Intussen ook al weer 14 weken dat ik de kinderen op school niet meer gezien heb. Ik stond op het punt om naar het dorp te gaan doen we het bericht kregen dat we binnen moesten blijven. Normaal ben ik iedere 4 a 5 weken een dag of 3 a 4 in het dorp. De tijd gebruik ik om met de leerkrachten de resultaten door te nemen. Om te controleren of er geen achterstallig onderhoud is en alles goed wordt bijgehouden. Om met de ouders te praten hoe ze vinden dat de school functioneert.

Maar vooral ook om de kinderen te knuffelen. Om te functioneren als wandelende klimpaal. De kinderen hier zijn ongelofelijk aanhankelijk en vinden het geweldig als die grote witte met ze speelt en ze een knuffel geeft. En die grote witte vindt dat zelf ook geweldig. Het lijkt al bijna een eeuw geleden dat ik ze gezien heb. Dat is het grootste minpunt voor mij van de corona crisis. Het gebrek aan fysiek contact. Het mondelinge contact heb ik de afgelopen week voor een heel jaar ingehaald.

Ik zit ook in de WhatsApp van elke schoolklas. Zo kan ik volgen hoe de kinderen het doen. Zo kan ik ook volgen hoe de leerkrachten het doen en daardoor hebben we regelmatig zinvolle discussies. Totdat ik zo stom was om een dag of tien geleden aan te geven dat ik vond dat de kinderen het geweldig deden. Het gevolg was dat ik 376 berichten van ouders en kinderen kreeg die ik dus allemaal moest beantwoorden. Gelukkig waren de meeste vragen over hoe het met ons ging. Maar ik ben er toch wel een dag of 5 mee bezig geweest om iedereen een antwoord te geven.

Dat voelt gewoon goed. Dat je weet dat mensen om je geven en je werk waarderen. Maar ik had het liever persoonlijk antwoord gegeven dan met mijn dikke vingers op een kleine telefoon. Ik ben bang dat dit er voorlopig nog niet in zal zitten. We gaan naar de 23.000 geregistreerde besmettingen en 800 doden. Deze cijfers lopen de laatste week sterk op en ik ben bang dat we de komende weken nog veel ellende gaan krijgen. Even had ik de hoop dat de hoge temperaturen het virus zouden verzwakken maar die hoop is vervlogen toen we zagen wat er in Brazilië gebeurde. Ik maak me vooral zorgen over Cartagena. Het aantal besmettingen stijgt te snel. In een week van 1600 naar 2200. Met nog steeds te weinig testen en nog steeds een veel te zwak gezondheidssysteem.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colobia. Het vertelt geregeld vanuit dit Zuid-Amerikaanse land:

“ELN

Er komen de laatste tijd steeds meer berichten in het nieuws dat de regering weer een aantal leden van de guerrilla beweging ELN heeft uitgeschakeld. Vooral in het departement Bolivia. Dat is het departement waar wij wonen.

Heel veel jaren heeft de guerrilla huisgehouden in het midden en oosten van Bolivia. Honderden boeren met hun families zijn gedwongen geweest om te vluchten. Zij kregen de keus om te blijven werken en bijna alle winst aan de ELN te geven of de grond voor een belachelijk lage prijs te verkopen.

Er zijn in de afgelopen 25 jaar verschillende slachtpartijen onder de bevolking geweest. Ook zijn er vele illegale mijnen. In het gebied is behoorlijk veel goud, platina en zilver te vinden. En dat op slechts 70 kilometer van Cartagena. Een wereldstad met miljoenen toeristen.

Dat deze bendes er al die tijd de dienst uit hebben kunnen maken, kwam door de ontoegankelijkheid. Het is heuvelachtig gebied met een soort rode kleigrond. In de regentijd veranderen al die wegen in glijbanen en is er alleen maar te komen op de rug van een ezel. En aangezien het hier 7 maanden per jaar regentijd is, was er voor het leger en de politie weinig eer te behalen. Die zijn niet uitgerust om op de rug van een ezel de strijd aan te gaan met de drugsbenden. Dat is een betere benaming dan guerrillabeweging. Daar halen ze namelijk de winst uit.

De boeren die bleven werden gedwongen om papaver voor cocaïne te verbouwen. Nu hebben ze afgelopen week een van de meest gezochte leiders van de ELN naar de andere wereld geholpen. Dat hij zo gezocht was, had hij voor een gedeelte te danken aan het feit, dat hij in de jaren 90 een lijnvliegtuig van Avianca had gekaapt en daarna gedwongen had, om te landen op een verborgen landingsbaan in het gebied. In het vliegtuig zaten behalve een groot gedeelte normale passagiers ook een aantal leden van de ELN die naar een andere gevangenis werden getransporteerd.

Dat ze hem en een hele rits andere strijders de afgelopen maanden te pakken hebben gekregen hebben ze te danken aan het vredesproces van Santos met de Farc. Daarbij heeft hij een grote som geld gekregen. Geld dat ze gebruikt hebben om een hele grote groep boeren weer hun grond terug te geven. Geld dat ze ook gebruikt hebben om in het gebied verharde wegen aan te leggen. Nu de politie en het leger geen ezels meer nodig hebben zijn ze stevig aan de winnende hand. En dat moeten ze vooral zo houden.”