16 juli 2020

Adriaan vertelt vanuit Colombia: Honger of ziek?

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia. Met regelmaat stuur hij een bericht. Dit keer: Honger of ziek.
“Op 10 maart is hier alles op slot gegaan. Nu zijn we 3 ½ maand verder en is nog steeds alles compleet dicht. De druk om hier een einde aan
te maken word met de dag groter en dat is volkomen te begrijpen.
De hulp die de overheid biedt blijft beperkt tot de mogelijkheid om een lening af te sluiten. Maar de verhuurders willen elke maand hun geld. Ook gas/water/licht blijven gewoon hun rekeningen sturen. Alleen enkele hele grote bedrijven betalen hun personeel nog voor een gedeelte door. Als er echter geen inkomsten zijn dan is het onmogelijk om rekeningen te betalen. Vet op de ribben kennen ze hier niet, het beetje reserve dat de bedrijven hadden is allang op.
Dus zit het overgrote deel van het personeel thuis zonder inkomsten. Tot nu toe hebben 97 bedrijven in het centrum voor goed hun deuren
gesloten. Die lijst is elke week groter. Er gaat nu geen dag voorbij of een groep ondernemers dient een verzoek in bij de gemeente om de
deuren open te mogen doen. Ze beginnen steeds meer samen te werken en dus word de druk op de overheid groter en groter. Maar het aantal besmettingen stijgt nog elke dag met 3500 personen. De teller loopt richting de 100.000 besmettingen. Het aantal geregistreerde doden staat op 3100 maar dat aantal is in werkelijkheid veel hoger. Ik heb net nog een foto in de krant gezien waarbij de kinderen met het dode lichaam van hun moeder het ziekenhuis uit vluchten. De overheid wil dat de lichamen gecremeerd worden maar dat wil hier vrijwel niemand. Ze bevolking is zwaar gelovig en velen denken dat een gecremeerd lichaam niet naar het hiernamaals gaat. Dat heeft al tot de nodige doodsbedreigingen voor
het medisch personeel opgeleverd. Dus is de doodsoorzaak gewoon long ontsteking. Ik zou nu niet graag in de schoenen staan van de overheid.

Ze kunnen er bijna niet onderuit om de beperkingen te versoepelen. De bevolking heeft honger. De voedselhulp is bij lange na niet genoeg. De intensive care afdelingen liggen gemiddeld voor 70% vol in het land. Tot nu toe heeft Colombia het redelijk onder controle. Ze moeten links en rechts wel met vliegtuigen de patiënten vervoeren maar ze worden geholpen. Maar als nu alles open gaat dan weet ik niet wat er gaat gebeuren. De regering heeft eigenlijk geen keus meer. Het wordt steeds meer een keus tussen honger en ziekte. Wij kunnen alleen maar een kaars aansteken.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia: Cruz Villeros la dulcera mayor

Adriaan van der Velden woont en werkt al jaren in Colombia.

Regelmatig vertelt hij vanuit dit land: “La dulcera mayor, de oudste snoepverkoopster of het zoetste oudje is niet meer onder ons. Ze is afgelopen week overleden op 102 jarige leeftijd. Volgens haar dochter was de oorzaak dat ze niet meer kon werken (covid) en vervolgens dood ging van verveling.

Maar liefst 56 jaar heeft ze snoep verkocht in de la calle de las dulces (straat van de zoetigheid), in het oude stadcentrum. Haar leven als verkoopster begon op 46 jarige leeftijd.

Tot haar 46 jaar had ze haar handen vol aan de opvoeding van haar 6 kinderen. Ze heeft er enkele mannen voor nodig gehad maar al haar kinderen hebben gestudeerd en daar is ze terecht trots op. Ze heeft 13 kleinkinderen en 8 achter-kleinkinderen. Nadat het laatste kind de deur uit was besloot Cruz dat haar kinderen nog wel wat hulp konden gebruiken. Daarbij kwam ze op het idee om snoep te gaan verkopen.

Het snoep is fruit dat gesuikerd is. Zoet en een lekkernij voor de lokale bevolking. De verkoop van het snoep deed ze met dezelfde toewijding zoals ze voor haar kinderen zorgde. Als je een keer iets bij haar gekocht had en je kwam 3 maanden later terug dan kende ze haar klant meteen.

Ze hield ervan om met iedereen, waarmee ze de kans kreeg, in discussie te gaan over de politiek. Daar kon nooit iemand iets goed doen en ze kreeg hierbij altijd gelijk. Ze deed dit echter altijd met een lach en zij daarna, ‘eens komt alles goed’.

Haar kinderen en kleinkinderen zagen oma alleen op zondag. De rest van de week liep ze elke morgen om 9.00 uur naar haar werkplek en ging weer dezelfde weg terug om 7.00 uur s, avonds. 3 kilometer heen en 3 kilometer terug. Dat heeft ze volgehouden tot haar 95e verjaardag.

Daarna ging ze achterop een brommer naar haar werk. Alleen de laatste 4 jaar van haar leven had ze de hulp nodig van een dochter om haar werk te kunnen doen.

Het is jammer dat mensen zoals onze dulcera mayor ook dood gaan. Ze zouden eeuwig moeten blijven leven.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia: Wie gaat dat betalen?

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia: “Ruim 13 weken zitten we nu binnen. Hier hebben ze casa por carcel, dat is zoiets als huisarrest. Dat wordt hier meestal gebruikt voor de politici en de rijke misdadigers.

Na 13 weken kunnen wij jullie mededelen dat dit reuze meevalt. Mijn vrouw poetst het huis kapot, onze pleegdochter studeert de hele dag en ik heb ook al een cursus Engels/Spaans afgemaakt. Ik denk er nu aan om een cursus Chinees te beginnen. Dan kan ik zelf lezen wat ze ons allemaal wijs proberen te maken.

We zitten nu op 53.000 besmettingen en 2200 geregistreerde doden. In Cartagena kennen we 5000 besmettingen en 200 doden. Het vervelendste is wel dat iedereen zegt dat het ergste nog moet komen. Dus dat gaat nog wel een tijdje aanhouden.

Waar ik me veel drukker over maak is de gedachte, wie gaat dit allemaal betalen. Colombia is geen Nederland. Hier hoor je geen enkel woord over miljarden pakketten aan hulp. Het enige wat je hier ziet zijn rode vlaggen uit de ramen. Dat wil zeggen, help ons, we hebben honger. De middenstand heeft een keer een hulppakket ontvangen van 375.000 peso’s (€ 95,00).

Daarnaast hebben de banken de opdracht gekregen om tolerant te zijn in de krediet verstrekking. Of je daar blij mee moet zijn. Een groot bedrijf betaald hier tussen de 5% en 10% rente per jaar, een middelgroot bedrijf tussen de 10% en 20% en de kleine bedrijven tot 50%.

Veel productie bedrijven zijn nog steeds in bedrijf maar een stad als Cartagena draait voor een groot gedeelte op het toerisme. In de stad zijn meer dan 1000 restaurants en 300 hotels. Duizenden mensen leven ook nog eens van de toeleveringen en onderhoud. Die zijn allemaal al 13 weken dicht. En die zullen nog heel lang dicht zijn. Dat wordt, zeker dit jaar, helemaal niets meer.

Dit virus heeft een enorme impact op een economie die net de laatste jaren aan het opbloeien was. Het risico is heel groot dat we weer jaren terug geslingerd worden in de tijd. Elke ondernemer probeert op zijn manier nog iets van zijn omzet te behouden. Maar ze zijn er niet op ingericht. Wij hebben een paar keer een maaltijd laten bezorgen maar als je dan een koude en kleffe hap op je bord heb liggen moet je wel heel enthousiast zijn om nog een keer te bestellen. En het blijft een druppel op een gloeiende plaat.

We steken vanavond nog maar weer een kaars aan. Met de hoop dat het virus niet nog meer ellende aan gaat richten. Meer kunnen we helaas ook niet.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia: ongelijkheid

Adriaan van der Velden is geboren en getogen in Heeze. Woont intussen al jaren in Colombia. Hij vertelt:

“Ongelijkheid. Ik had gehoopt dat er met de protesten tegen de dood van George Floyd meer aandacht zou zijn voor de sociale ongelijkheid. Natuurlijk is het verschrikkelijk dat er nog steeds mensen worden veroordeeld op basis van kleur, afkomst, geloof of overtuiging. Maar volgens mij zit het grootste probleem in de sociale ongelijkheid. Vorige keer schreef ik al dat de Venezolanen bovenmatig vertegenwoordigd zijn in de misdaadcijfers in Colombia. Maar als je alleen werk kan krijgen als je, of harder werkt, of minder verdiend dan de gemiddelde Colombiaan wordt het leven niet makkelijk.

Deze mensen moeten mede daardoor een woonruimte gaan delen met anderen. Deze woonruimtes liggen allemaal ook nog eens in wijken waar geweld dagelijkse kost is. Dan wordt het bijna onmogelijk dat er niet een aantal de verkeerde kant op gaan. En voor je het weet worden de Venezolanen gestigmatiseerd als criminelen.

Maar de omstandigheden zijn voor een groot gedeelte de schuld. Wij hebben een school in San Bernardo del Viento in Cordoba. Dat is zone rood. Daar hebben de drugsbendes nog steeds de controle over de samenleving.

Leerkrachten [ en iedereen die wat meer verdiend dan iemand anders ] moeten er beschermgeld betalen. Dat is niet bepaald een aanbeveling om in Cordoba voor de klas te gaan staan. Dan komt onderwijs niet snel op de eerste plaats te staan. Dat onderwijs dat zo bepalend is om een einde te kunnen maken aan die sociale ongelijkheid. De meeste kinderen groeien daardoor op in een leefomgeving die gebaseerd is op geen verandering. Een vicieuze cirkel van geboren worden in armoede en dood gaan in armoede.

De bendes hebben hierdoor ook een constante aanwas van nieuwe leden. We doen met onze school onze uiterste best om verandering teweeg te brengen. Om de kinderen genoeg kennis bij te brengen dat ze weten dat ze hun leefomstandigheden kunnen veranderen. En zo zijn er heel veel initiatieven. Maar nog lang niet genoeg.

Er is meer dan geld genoeg op deze aarde om dit te realiseren. 5% van de wereldbevolking heeft 80% van de rijkdom in zijn bezit. Er zijn CEO’s die in een jaar meer verdienen dan het nationaal product van sommige landen. Multinationals die miljarden winst maken en amper belasting betalen.

George ik hoop van ganser harte dat je dood er ook voor gaat zorgen dat er een echte oplossing komt. Gelijke kansen voor iedereen op deze aarde. Rust zacht…

Adriaan vertelt vanuit Colombia: “Venezolanen en corona”

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia. Hij vertelt: “Ik heb de afgelopen weken heel dikwijls gedacht, hoe zou het met de Venezolanen gaan. Er is crisis en dan is het toch al heel snel eigen volk eerst. Dat, op een moment dat de teller op 1 ½ miljoen vluchtelingen stond.

Voor de corona gingen mijn vrouw en ik zeker een keer of drie in de week wandelen. Mijn vrouw is een Colombiaanse en die hebben wandelen niet hoog op hun hobbylijst staan. Maar zij ging graag mee als ze de vele vluchtelingen die we onderweg tegen kwamen kon helpen.

Onderweg kochten we producten van de vluchtelingen die we vervolgens weer weg gaven aan de traditionele daklozen. Dat deden heel veel mensen die in staat waren om te helpen. Maar we mogen al tien weken niet meer de straat op. We weten dat de regering aan hen als een van de eersten voedselpakketten heeft verstrekt. Maar daarna hebben we vrijwel niets meer van ze gehoord.

Ze wonen in de achterbuurten met heel veel mensen bij elkaar in veel te kleine woonruimtes. Dat weten we. We weten ook dat heel veel vrouwen in de prostitutie zijn terecht gekomen. We weten ook dat de Venezolanen bovenmatig vertegenwoordigd zijn bij geweldsmisdrijven. In de eerste 3 maanden van dit jaar zijn er 155 omgekomen. Bij overvallen, bendegevechten en weet ik wat voor ellende nog meer. We weten ook dat er voor het eerst best veel weer terug zijn gegaan naar Venezuela.

Het is hier vrijwel onmogelijk om nog rond te komen met de isolatie regels die gelden. Dus hebben velen ervoor gekozen om weer terug te gaan naar hun familie. Maar ik ben bang dat het daar nog erger is. Al is dat haast niet voor te stellen. Ik lees hier dat er in het land amper water uit de kraan komt. Dat de elektriciteit om de haverklap uitvalt. Dat het land nu olie in moet voeren uit Iran. En dat voor een land dat de grootste oliereserves van de wereld heeft.

De tijd dat de benzine er zowat gratis was is voor bij. Maduro geeft zijn aanhangers bonnen voor 100 liter per maand voor € 0,02 per liter. Maar dan ben je wel slaaf van Maduro. Wil je dat niet zijn dan betaal je € 0,50 per liter. Dat is meer dan een dagloon op dit moment. Zo houdt hij de macht over het volk. Zolang er nog steeds landen zijn die hem willen helpen kan hij dit vol blijven houden. De regering blijft stoer roepen dat er vrijwel geen corona is in Venezuela en dat er maar een paar honderd doden zijn. Maar de schaarse berichten die het land uit komen zeggen het tegenovergestelde.”

Adriaan vertelt: “Ik mis mijn kinderen…”

Adriaan van der Velden vertelt vanuit Colombia:  “Ik mis mijn kinderen.

Deze week zitten we al weer 10 weken in complete isolatie. Al 10 weken opgesloten in je eigen huis en de ellende is nog lang niet voorbij. Intussen ook al weer 14 weken dat ik de kinderen op school niet meer gezien heb. Ik stond op het punt om naar het dorp te gaan doen we het bericht kregen dat we binnen moesten blijven. Normaal ben ik iedere 4 a 5 weken een dag of 3 a 4 in het dorp. De tijd gebruik ik om met de leerkrachten de resultaten door te nemen. Om te controleren of er geen achterstallig onderhoud is en alles goed wordt bijgehouden. Om met de ouders te praten hoe ze vinden dat de school functioneert.

Maar vooral ook om de kinderen te knuffelen. Om te functioneren als wandelende klimpaal. De kinderen hier zijn ongelofelijk aanhankelijk en vinden het geweldig als die grote witte met ze speelt en ze een knuffel geeft. En die grote witte vindt dat zelf ook geweldig. Het lijkt al bijna een eeuw geleden dat ik ze gezien heb. Dat is het grootste minpunt voor mij van de corona crisis. Het gebrek aan fysiek contact. Het mondelinge contact heb ik de afgelopen week voor een heel jaar ingehaald.

Ik zit ook in de WhatsApp van elke schoolklas. Zo kan ik volgen hoe de kinderen het doen. Zo kan ik ook volgen hoe de leerkrachten het doen en daardoor hebben we regelmatig zinvolle discussies. Totdat ik zo stom was om een dag of tien geleden aan te geven dat ik vond dat de kinderen het geweldig deden. Het gevolg was dat ik 376 berichten van ouders en kinderen kreeg die ik dus allemaal moest beantwoorden. Gelukkig waren de meeste vragen over hoe het met ons ging. Maar ik ben er toch wel een dag of 5 mee bezig geweest om iedereen een antwoord te geven.

Dat voelt gewoon goed. Dat je weet dat mensen om je geven en je werk waarderen. Maar ik had het liever persoonlijk antwoord gegeven dan met mijn dikke vingers op een kleine telefoon. Ik ben bang dat dit er voorlopig nog niet in zal zitten. We gaan naar de 23.000 geregistreerde besmettingen en 800 doden. Deze cijfers lopen de laatste week sterk op en ik ben bang dat we de komende weken nog veel ellende gaan krijgen. Even had ik de hoop dat de hoge temperaturen het virus zouden verzwakken maar die hoop is vervlogen toen we zagen wat er in Brazilië gebeurde. Ik maak me vooral zorgen over Cartagena. Het aantal besmettingen stijgt te snel. In een week van 1600 naar 2200. Met nog steeds te weinig testen en nog steeds een veel te zwak gezondheidssysteem.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colobia. Het vertelt geregeld vanuit dit Zuid-Amerikaanse land:

“ELN

Er komen de laatste tijd steeds meer berichten in het nieuws dat de regering weer een aantal leden van de guerrilla beweging ELN heeft uitgeschakeld. Vooral in het departement Bolivia. Dat is het departement waar wij wonen.

Heel veel jaren heeft de guerrilla huisgehouden in het midden en oosten van Bolivia. Honderden boeren met hun families zijn gedwongen geweest om te vluchten. Zij kregen de keus om te blijven werken en bijna alle winst aan de ELN te geven of de grond voor een belachelijk lage prijs te verkopen.

Er zijn in de afgelopen 25 jaar verschillende slachtpartijen onder de bevolking geweest. Ook zijn er vele illegale mijnen. In het gebied is behoorlijk veel goud, platina en zilver te vinden. En dat op slechts 70 kilometer van Cartagena. Een wereldstad met miljoenen toeristen.

Dat deze bendes er al die tijd de dienst uit hebben kunnen maken, kwam door de ontoegankelijkheid. Het is heuvelachtig gebied met een soort rode kleigrond. In de regentijd veranderen al die wegen in glijbanen en is er alleen maar te komen op de rug van een ezel. En aangezien het hier 7 maanden per jaar regentijd is, was er voor het leger en de politie weinig eer te behalen. Die zijn niet uitgerust om op de rug van een ezel de strijd aan te gaan met de drugsbenden. Dat is een betere benaming dan guerrillabeweging. Daar halen ze namelijk de winst uit.

De boeren die bleven werden gedwongen om papaver voor cocaïne te verbouwen. Nu hebben ze afgelopen week een van de meest gezochte leiders van de ELN naar de andere wereld geholpen. Dat hij zo gezocht was, had hij voor een gedeelte te danken aan het feit, dat hij in de jaren 90 een lijnvliegtuig van Avianca had gekaapt en daarna gedwongen had, om te landen op een verborgen landingsbaan in het gebied. In het vliegtuig zaten behalve een groot gedeelte normale passagiers ook een aantal leden van de ELN die naar een andere gevangenis werden getransporteerd.

Dat ze hem en een hele rits andere strijders de afgelopen maanden te pakken hebben gekregen hebben ze te danken aan het vredesproces van Santos met de Farc. Daarbij heeft hij een grote som geld gekregen. Geld dat ze gebruikt hebben om een hele grote groep boeren weer hun grond terug te geven. Geld dat ze ook gebruikt hebben om in het gebied verharde wegen aan te leggen. Nu de politie en het leger geen ezels meer nodig hebben zijn ze stevig aan de winnende hand. En dat moeten ze vooral zo houden.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia: Het gaat perfect !

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia. Regelmatig laat hij wat van zich horen: “Het gaat perfect.

Vorige keer schreef ik dat we 8000 geïnfecteerde personen hadden. Dat is nu opgelopen naar 12.000. We zitten nu 8 weken binnen en het ziet er niet naar uit dat daar voorlopig een einde aan gaat komen. Het aantal geïnfecteerde in Cartagena loopt gestaag op en voor de problemen zijn nog steeds geen oplossingen gevonden.

Mijn buurman, die directeur van de gezondheidszorg in Cartagena was, heeft zijn ontslag aangeboden. Hij is nu al een week of 9 aan het dweilen terwijl alle kranen open staan. Maar er zijn nog steeds vrijwel geen hulpmiddelen voor de ziekenhuizen. Terwijl in de gemeente het ook niet voor elkaar krijgt om de armen van voedsel te voorzien. Dus die blijven massaal de straat op gaan om hun kostje bij elkaar te krassen. Het is niet anders en ik kan er zelf ook helemaal niets aan doen. We helpen wat we kunnen en moeten accepteren wat er gaat komen.

Maar gelukkig hebben we ook meer dan genoeg goed nieuws. In het dorp is nog steeds geen corona virus. De eerste regens zijn gevallen en er komt beetje bij beetje meer voedsel beschikbaar. Dus hopelijk gaan de prijzen nu ook een beetje zakken.

En het mooiste nieuws: het gaat geweldig met de school. Iedereen is enthousiast en we zitten nog steeds op 99% deelname van de kinderen. De ouders werken geweldig mee. Daar ben ik ongelofelijk blij mee. Het is niet meer van zelfsprekend dat de school verantwoordelijk is voor de opleiding. De leerkrachten werken veel met projecten en iedereen doet zijn uiterste best.

De leerkracht van groep twee heeft haar eigen blog. Als je wil zien hoe zij werkt kijk dan op sanbernardoliceo.blogspot.com . Het doet me ook heel goed dat de kinderen op de ingestuurde video’s netjes in de kleren zitten en er fris gewassen bijstaan. We hebben heel dikwijls gezegd, arm zijn is geen schande maar er arm uitzien is dat wel. Hoe arm je ook bent, je kan je altijd goed verzorgen. Dat kost geen geld alleen wat moeite.

 

 

Adriaan vertelt vanuit Colombia

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia. Regelmatig laat hij wat van zich horen: Spannend

“Het begint nu toch spannend te worden in Colombia. We zitten nu op 8000 geregistreerde besmettingen. Ik zeg expres geregistreerde omdat er elke dag slechts 2500 personen gecontroleerd worden op Corona. Dat in een land met 50 miljoen inwoners en 10 keer groter dan Nederland. Dat cijfer geeft echt niet het werkelijke aantal besmette personen weer.

We zitten op 350 geregistreerde doden en daar geloof ik wel in. Het zullen er hoogstens enkele tientalen meer zijn. De gevallen waarbij de doctor zich vergist heeft in de beoordeling van de ziekte. Maar de bevolking laat zich met de dood van een naaste niet voor de gek houden. Deze cijfers zijn een compliment voor de regering, die nu 7 weken geleden, meteen voor een complete lock down kozen. Dat heeft een snelle verspreiding zoals in Brazilië, Ecuador of Peru voorkomen.

Maar ik had de hoop dat ze die tijd zouden gebruiken om de gezondheidszorg te versterken. Dat is dus bij lange na niet genoeg gebeurd. De meeste ziekenhuizen hebben nog steeds geen beschermingsmiddelen voor hun personeel; laat staan intensive care afdelingen. Dat is ook voor een gedeelte te danken aan het gebrek aan middelen. Een goedgekeurd mondkapje kost hier ook €9,00. Dat is in Nederland een betaalbare prijs maar hier is het een dagloon.

Vanuit het amazone gebied komen nu de eerste alarmerende berichten. Letitcia ligt in de uiterste punt van Colombia in de amazone. Het grenst aan Brazilië en Peru en het is logisch dat er vele onderlinge handel is. Er wonen 60.000 mensen met 2 ziekenhuizen en 12 bedden voor de behandeling van Corona. De laatste dagen komen er elke dag 40 besmettingen bij en die kunnen ze nu al niet verwerken.

Ik ben echt bang dat deze situatie nu zich ook voor gaat doen in de steden met sloppenwijken. We hebben in Cartagena nu 400 geregistreerde besmettingen en vrijwel allemaal in de sloppenwijken. Maar daar houden ze zich veel te weinig aan de quarantaine. Dat is daar ook vrijwel onmogelijk. Huisjes tegen elkaar aan en in elk kamertje minimaal 4 personen. Daar zijn ze gewend om op de straat te leven en dat kan daar ook niet anders. Daar leeft iedereen van dag tot dag en dus is iedereen op de straat aan het werk. Er wordt manhaftig geprobeerd om hulppakketten uit te delen. Maar we praten, alleen in Cartagena, over 500.000 inwoners die hulp nodig hebben. Ik houd mijn hart vast voor de komende weken.

We steken nu vrijwel elke avond een kaars en bidden dat het niet erger word. Dat is helaas alles wat we nu nog kunnen doen.”

Adriaan vertelt vanuit Colombia: 11 mei

Adriaan van der Velden woont in Colombia en praat ons bij hoe het met hem gaat:

“6 weken zitten we nu al in een complete lock down. 6 weken opgesloten in ons eigen huis. Een keer in de 6 dagen mag ik naar buiten om me een halve breuk te sjouwen bij het kopen van onze boodschappen. Dat is dus echt niet het hoogtepunt van de week.

Wij wonen in een rijke wijk en dat betekend dat de politie streng controleert. Als ik de deur uit ga dan staat er bij de ingang van de straat politiecontrole. €160,00 boete als je geen vergunning hebt om naar buiten te gaan. Dus de straten zijn hier compleet leeg.

Dat in tegenstelling tot de arme wijken. Daar lopen de straten vol met verkopers en kopende mensen. De politie kan daar wel gaan controleren maar dat heeft totaal geen nut. Niemand heeft daar geld en dus kunnen ze boetes uitschrijven zoveel als ze willen maar die gaat echt helemaal niemand betalen. Daar moeten de mensen ook wel de straat op omdat ze gewoon honger hebben en geld moeten verdienen. Er is wel wat hulp maar dat is bij lange na niet genoeg.

Ik had me als vrijwilliger opgegeven om mee eten te bezorgen in de slopenwijken. Ik dacht me nog nuttig te kunnen maken. Ze waren heel enthousiast totdat ze zagen dat ik 67 jaar oud was. Ze hebben me heel hartelijk bedankt, want ik behoor tot de risicogroep.

Daarvoor ben ik dan al jaren elke dag minstens een uur aan het sporten. Dat is dus ook alleen maar voor het idee dat ik eigenlijk nog best mee kan. Daar wil ik nog helemaal niets van horen. Ik ben hier onder meer heen gegaan voor het weer en het leven op de straat en dat is nu al even verleden tijd.

We hebben er weer 2 weken bij gekregen en moeten nog binnen blijven tot 11 mei. Gelukkig mogen we sinds afgelopen maandag buiten weer een uur gaan sporten. Tussen 5.00 en 7.00 uur in de morgen. Nooit van mijn leven heb ik ooit een seconde gedacht dat ik blij zou zijn dat ik ’s morgens om 5.30 uur mag gaan hard lopen. Heerlijk die rust en die frisse lucht. Dit gaan we nooit meer vergeten, lege straten in een stad die anders 24 uur per dag bruist van het leven. In de baai vaart geen een enkele boot en een school dolfijnen heeft er nu hun speelplaats van gemaakt. Je zou bijna verlangen dat het zo mag blijven als je er langs loopt.

Maar dan ga je al meteen weer denken aan al die mensen die afhankelijk zijn van dit leven. Die nu zonder inkomen zitten. Voor al die mensen hoop ik dan meteen weer dat dit hopelijk niet heel lang meer gaat duren. Daar is het lijden van ons helemaal niets bij.”