21 oktober 2019

Pierre Heunen: “Mensen moeten mee kunnen blijven doen.”

Zorgtaken gaan van de rijksoverheid naar de gemeenten. In totaal is er een budget van 14 miljard euro voor 408 gemeenten samen. In 2015 moet de operatie afgerond zijn. De voorbereidingen zijn in volle gang. De discussies over haalbaarheid ook. Wat is de stand van zaken in Heeze-Leende? HLS Nu in gesprek met wethouder Pierre Heunen over ingrijpende veranderingen in een domein waar veel burgers mee te maken hebben.

Pierre Heunen

Pierre Heunen: Veranderingen vragen een omslag in denken en in doen. (foto HLS Nu)

Meneer Heunen. Wie is dat eigenlijk?
“Leuke vraag! Pierre Heunen is een Limburger, van origine, geboren in Heerlen en hij woont in Venlo. Hij is, zogezegd, wethouder van buiten, voor de partij Lokaal Heeze-Leende, en je weet, volgens de gemeentewet mag sinds kort de wethouder ook van buiten benoemd worden, als een fractie geen plaatselijke kandidaat heeft.
Mijn ervaring is vooral gestoeld op een vijftigjarig dienstverband bij gemeentelijke en gewestelijke overheden in allerlei functies. Ik heb op bijna alle beleidsterreinen gewerkt, maar juist wat nu in Heeze-Leende in mijn portefeuille zit, zijn niet de meest voorkomende werkzaamheden geweest. Daarom biedt dat ook een mooie uitdaging. Eerst zat ik vooral aan de adviserende kant, nu aan de beslissende en bestuurlijke kant van de tafel. Dat boeit me enorm.”

Wat is kort samengevat uw hoofdtaak?
“De hoofdtaak is schakelen op het schaakbord van allerhande acteurs. Ik gebruik deze metafoor om duidelijk te maken, dat wethouder zijn een vrij complexe job is in een multifunctionele omgeving. Je hebt te maken met het interne apparaat, met je collega’s in het college, met de gemeenteraad, met de griffie. Maar vooral heb je te maken met de lokale samenleving en de instellingen die je vanuit je portefeuille moet aanspelen om leefbaarheid en welzijn in de lokale samenleving te verzorgen. Je bent vooral schakelaar en verbinder. Je moet proberen om zaken die je met de raad als hoogste bestuursorgaan hebt afgesproken, goed te koppelen met de burgers en van daaruit te kijken wat haalbaar en wenselijk is.”

Dat is een strategische omschrijving. Met welke inhoudelijke taken houdt u zich bezig?
“De taken die in mijn portefeuille in het oog springen, zijn de Wmo met zijn negen prestatievelden, het onderwijsbeleid (behalve onderwijshuisvesting) waarbij het vooral gaat om zorgondersteuningsplannen, leerlingenvervoer, peuterspeelwerk, voorschoolse educatie.
Verder heb ik de ouderenzorg, die vooral gaat over subsidiebesluiten, en het lokaal gezondheidsbeleid, waaronder GGD en ZuidZorg en consultatiebureaus. Dan is er nog het subsidiebeleid en de interne post personeelszaken. Dat is in een notendop mijn portefeuille.”

Wat ziet de gemeente, of beter nog de bevolking van Heeze-Leende, de komende jaren aan ontwikkelingen op zich afkomen? Er is veel over te doen. Wat is de kern?
“In een paar woorden gezegd, is dat een flinke uitbreiding van het huidige takenpakket voor Zorg en Welzijn en Werk en Inkomen, het hele sociale domein. Daarbij gaat het om de transities, dat wil zeggen overdracht van wettelijke rijks- en provinciale taken uit de Awbz naar de Wmo, taken in de nieuwe Jeugdzorgwet, de nieuwe Participatiewet en Wet passend onderwijs. En heel belangrijk: ook de gelden die voor de uitvoering van die extra taken aan de gemeenten toch wel beschikbaar zullen moeten worden gesteld.
Kijken we naar de jeugdzorg, dan zien we naast de huidige preventieve taken, informatie en advies, signalering van problemen en toeleiding van hulp en de coördinatie van jeugdzorg ook de curatieve en repressieve kant van de zorg erbij komen. Dat is heel veel. Er zijn muren vol met regelingen en wetten. Het zou mij wat waard zijn als dat regelwoud, ook van financiële regelingen bij de nieuwe wet ‘gelicht’ wordt. Er zijn nergens zoveel regelingen als op het gebied van de jeugdzorg.”

Kunt u een voorbeeld geven van uitbreiding naar curatieve zorg?
“Vooraf: de gemeente heeft al voorwerk gedaan met omliggende gemeenten in A2- of SRE-verband. Dat is het ‘instrumentarium in de gereedschapskist leggen’, zodat we als straks de nieuwe wetgeving bekend is, wij daar alert op kunnen inspringen. We hebben een Centrum voor Jeugd en Gezin opgericht. Dat is een samenwerkingsstructuur waarin alle ketenpartners, bijvoorbeeld Dommelregio voor schoolmaatschappelijk werk, ZuidZorg, Consultatiebureau, Paladijn, jongerenwerk, politie, huisarts, Bureau Jeugdzorg enzovoort allemaal samenwerken onder aanvoering van een coördinator. Er komen dus een heleboel lijnen bij elkaar in dat Centrum voor Jeugd en Gezin, vanuit de plaats waar die zorg plaatsvindt: school, voetbalclub, de wijk enzovoort. Een structuur dus om de zorgvraag te coördineren en door te leiden naar specialistische hulp. Om op uw vraag terug te komen, ik denk aan taken op het gebied van reclassering, jeugdvoogdij en dergelijke.”

Dit is een vrij ambtelijke, organisatorische omschrijving. Wat ga ik als burger met een kind waar ik zorgen over heb, van merken? Welke verschuiving is er?
“Je zult met je zorg niet alleen bij de school terecht kunnen, je eerste aanspreekpunt voor een leerplichtig kind. Daar zit het Zorgadviesteam (ZAT) of de Interne Begeleider (IB). Mocht de problematiek ernstiger zijn, dan kun je de informatie en advies halen bij de coördinator Jeugd en Gezin, die zal beoordelen op welke manier het kind en eventueel de ouders het beste begeleid kunnen worden. Met mogelijk een doorverwijzing naar meer specialistische begeleiding.”

Hoe was het voorheen?
“Het was heel fragmentarisch. Je kon als ouder aankloppen bij de huisarts, bij de leraar, niet zozeer bij de gemeente. In de nieuwe wet wordt het integraler aangepakt.”

Centrum voor Jeugd en Gezin is dus het centrale punt?
“Ja, men gaat uit van één kind, één coördinator en één zorgplan. Het klinkt wat ambtelijk en theoretisch, maar dit zijn de gereedschappen die je straks nodig hebt om het kind adequaat te kunnen begeleiden.”

Hoe komt het dat dit meer werk voor de gemeente betekent?
“Het is in eerste instantie een omslag in denken en in doen. Of het meer werk betekent, hangt af van het aantal zorgvragen. De attitude van ambtenaren die voorheen vanuit een bepaalde sectorale aanpak te werk gingen, wordt nu integraler om direct op maatwerk gerichte zorg op te bouwen. Dat vind ik een enorme vooruitgang. Het wordt gebundeld, gestroomlijnd het is geen lappendeken meer van instellingen en hulpverleners. Het wordt afgestemd op de directe behoefte van ouder en kind.”

Dat klinkt goed. En de veelgehoorde klacht over administratieve rompslomp bij een zorgvraag?
“Het zou goed zijn als de databases van de zorgverleners gekoppeld worden. In onze gemeente hebben we op dit moment 119 kinderen met een zorgvraag, waarvan er 38 een specifieke problematiek hebben. Je zou kunnen vragen: Heb je daar nu al die wetswijzigingen voor nodig? Nee, dat op zichzelf niet, maar dat woud aan regels zou best wel eens gelicht mogen worden.”

Een ander taakgebied is de Wmo. Wat speelt daar?
“Er komen taken uit de Awbz, zoals indicatiestellingen voor zorgzwaartepakketten, de dagbegeleiding, inkoop van zorg. Maar ook taken op het gebied van de jeugdzorg die erbij komen en die nauw worden gekoppeld aan een van de negen prestatievelden van de Wmo.
We hebben als gemeente kortgeleden een beleidsplan vastgesteld. In de Wmo zijn we verantwoordelijk voor het preventieve jeugdbeleid, dus alle vragen en advies rond opvoeden en opgroeien. De nieuwe Jeugdwet legt alle taken bij de gemeente, niet alleen de preventieve. Welke dat precies zijn, wordt nu uitgezocht op rijksniveau. Daar zit ook een bezuinigingsslag in. Dus we moeten meer doen, efficiënter werken. Dat betekent dat we in ons eigen beleid, en dat is nieuw, kunnen prioriteren. Vroeger bepaalde het Rijk budget en taken. Nu kan de gemeenteraad prioriteiten bepalen. De gemeenteraad van Heeze-Leende heeft al besloten geld dat beschikbaar komt een-op-een door te geven.”

Wat zien we gebeuren op het gebied van gezondheid?
“We krijgen nog voor de zomer een voorstel voor een nieuw gezondheidsplan. Dat gaat direct naar de raad. Dat geldt voor drie jaar. Daarin benoemen we speerpunten, gericht op kinderen en op ouderen. Speerpunten daarin zijn gewicht en overgewicht en voorkomen van alcoholmisbruik. Dat willen we gaan uitvoeren in samenwerking met de instellingen die daar mee te maken hebben. De GGD is natuurlijk een heel belangrijke partner in het lokale gezondheidsbeleid. Uit de Gezondheidsmonitor van de GGD kiezen we punten die we aandacht willen geven en die leggen we aan de raad voor.”

Wat kunnen we bijvoorbeeld verwachten op het punt van overgewicht?
“We kunnen een project opstarten samen met scholen waarin we kinderen en ook ouders bewust laten worden van gezond eten, gezond bewegen. Dat is het zogenaamde JOGG-project.”

Er worden miljoenen besteed aan voorlichtingscampagnes. Het helpt toch niet, zeggen sommigen.
“De druppelt holt de steen. Je moet blijven hameren op wat gezond is. Als je denkt: het beklijft toch niet, bereik je zeker niets. Er zijn goede voorbeelden genoeg in de omgeving: sporters die op school komen praten met de jeugd bijvoorbeeld.

De GGD maak gezondheidsmonitoren. Die liggen ten grondslag aan de beleidskeuzes. Via de Zorgadviesteams moet je er aan blijven werken. Je moet de jeugd blijven bereiken en ze overtuigen dat het in hun eigen belang is. Je moet geloven in de jeugd. We hebben zeven basisscholen. In het overleg wordt over dit soort zaken gesproken. We hebben twee combinatiefunctionarissen, in tijdelijke dienst, die schakelen tussen scholen sportverenigingen en gemeente.”

Welke aandachtspunten zijn er voor ouderen in Heeze-Leende? Waarop mogen ze rekenen?
“Er is een heel belangrijk uitgangspunt: ouderen mogen niet uitgesloten worden. Daarmee bedoelen we: het nadrukkelijk binnen gesloten zijn. Mensen moeten mee kunnen blijven doen. Als mensen in een isolement dreigen te raken, worden ze daaruit verlost door bijvoorbeeld mantelzorgers of vrijwilligers van Paladijn. Daar zetten we veel geld op in. We hebben hier goed functionerende KBO’ers, een vereniging Seniorenbelangen. We hebben regelmatig overleg over vragen als hoe kun je zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, aan welke activiteiten kunnen je deelnemen. De uitvoering daarvan ligt bij de stichting Paladijn. Ouderen hebben onze bijzondere zorg.”

nfgnviar

De druppelt holt de steen. Je moet blijven hameren op wat gezond is. (foto HLS Nu)

Hoe verhoudt dit zich met de regelmatige verkondigde opvatting dat heel Nederland aan het infuus ligt? Zijn die ouderen wel hulpbehoevend?
“Je zit hier tegenover een wethouder van zeventig jaar. De ouderen zijn vitaal, ze zijn niet onbemiddeld, in het algemeen. Maar waar mensen tussen wal en schip dreigen te raken, proberen we dat als gemeente te voorkomen. Het zijn vitale ouderen, ze blijven actief. Houd ze dus actief, zolang als het kan. Laat ze in hun eigen woning blijven als ze dat kunnen.”

Wat zien we gebeuren op het gebied van de Awbz, waar heel veel geld mee gemoeid is?
“De gemeenteraad heeft in dit verband al eerder besloten dat het geld dat we te zijner tijd voor de uitvoering van die taken van het Rijk krijgen, geheel voor dat doel, dus 1 op 1 wordt ingezet en wel zonder eigen middelen erbij.”

Er is een criteriumlijst gemaakt. Is die wezenlijk anders dan voorheen?
“U doelt denk ik op de uitgangspunten die bij de uitoefening van taken uit de Awbz naar de Wmo zullen worden gehanteerd en die de gemeenteraad enige tijd geleden heeft vastgesteld. Ook hier heeft de raad als het ware tijdig voorgesorteerd op de ontwikkelingen die komen. Of die criteria of uitgangspunten straks wezenlijk anders zullen gaan worden weten we nog niet omdat de nieuwe regelgeving er nog niet is.
Belangrijk is het volgende. We moeten ons realiseren dat er zich naast de praktische veranderingen ook een mentaliteitsverandering zal moeten plaatsvinden. Bij zowel de kwetsbare burgers, waarbij eerst wordt gekeken wat ze zelf kunnen doen of laten regelen, als de rest. De ene groep moet leren dat de gemeente niet meer alles regelt. De andere dat mensen met een beperking er gewoon bij horen in de maatschappij. Verder zullen alle soorten zorg met elkaar in verbinding worden gebracht, zodat de lijntjes voor de zorgvragenden kort gehouden kunnen worden.”

Wat zijn de getallen? Over hoeveel geld hebben we het bij deze operatie?
“Er zijn 408 gemeenten, die moet in twee jaar tijd ongeveer 14 miljard euro in het sociale domein op een verantwoorde manier kunnen besteden. Dat is een groot bedrag, dat je niet kunt vertalen naar samenwerkingsverbanden. Dat zijn enorme processen. Ik kan me niet voorstellen dat een multinational dat zomaar zou kunnen.”

Hoeveel procent van de gemeentelijke begroting wordt besteed aan de Wmo?
“Het Wmo-budget komt van het Rijk beschikbaar, circa 10 procent, en de kosten gemoeid met het hele sociale domein bedragen ruwweg 20 tot 25 procent.”

 

© HLS Nu – Mathieu Moons

Laat wat van je horen

*