21 oktober 2019

GGD-onderzoek: één op de vijf ouderen heeft geen helpende hand in de omgeving

Het aantal ouderen in Zuidoost-Brabant dat hulp of zorg geeft aan familieleden, vrienden of buren is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. In 2009 gaf één op de acht mensen hulp aan naasten, nu is dat één op de vijf. Beleid van gemeenten is er steeds meer op gericht dat burgers hun eigen kracht en hun sociaal netwerk benutten. Pas als ze het zelf niet meer redden, kunnen ze een beroep doen op voorzieningen. Echter, deze hulp van naasten is niet altijd beschikbaar in
de omgeving. Twintig procent van de ouderen geeft aan dat als men in de toekomst hulp behoeft, deze niet voor handen is.

Driejaarlijks onderzoek

Dit blijkt uit het driejaarlijks onderzoek onder Zuidoost-Brabantse inwoners van 19 jaar en ouder, dat is uitgevoerd door de GGD Brabant-Zuidoost. In het najaar van 2012 deden ruim 30.000 inwoners uit 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant mee aan de volwassenen- of ouderenmonitor. Dit onderzoek werd tegelijk uitgevoerd door alle GGD’en in Nederland, in samenwerking met het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Nu zijn de resultaten bekend over onderwerpen zoals bewegen, alcoholgebruik, eenzaamheid, armoede, veiligheid, leefomgeving en milieu.

Ouderen  vaker naar de huisarts

Ruim een derde van de volwassenen (19 t/m 64 jarigen) en ruim drie kwart van de ouderen (65-plussers) heeft een chronische aandoening en is daarvoor onder behandeling van een arts. Hoge bloeddruk, gewrichtsslijtage en diabetes zijn de meest voorkomende aandoeningen. Het bezoek aan de huisarts is onder ouderen de afgelopen jaren dan ook flink toegenomen.

Een op de zeven ouderen is niet zelfredzaam

Niet de ziekte zelf, maar vooral de gevolgen die de ziekte heeft op het dagelijks functioneren, bepaalt in welke mate ouderen zich gezond voelen. Ruim een kwart van de ouderen ondervindt beperkingen in zijn huishoudelijke of dagelijkse bezigheden door de lichamelijke gezondheid. Zevenentwintig procent van de 65-plussers kan één of meer huishoudelijke activiteiten niet uitvoeren. Daarnaast is één op de zeven 65-plussers niet zelfredzaam. Dat wil zeggen dat ze grote moeite hebben met dagelijkse activiteiten zoals aankleden, wassen of eten en drinken en daarbij hulp nodig hebben.

Meer mensen doen een beroep op hun naasten

In de afgelopen jaren is het aantal 65-plussers dat mantelzorg ontvangt van naasten bij de verzorging of in het huishouden dan ook toegenomen. Op dit moment ontvangt één op de acht ouderen mantelzorg, vooral van hun (schoon)kinderen. Maar in 2012 geven ook meer mensen mantelzorg aan anderen zoals buren, vrienden en bekenden. Zowel bij de ouderen als de volwassenen is dit toegenomen van 10% naar 14%. Eén op de vijf 65-plussers geeft aan dat hulp in de omgeving niet beschikbaar is als men deze in de toekomst nodig heeft. Op dit moment kan bijna de helft van alle thuiswonende ouderen gebruik maken van diensten in zorg- en welzijnsinstellingen. Eén op de 10 ouderen maakt hier al daadwerkelijk gebruik van.

Vrijwilligerswerk neemt toe

Niet alleen mantelzorg, maar ook vrijwilligerswerk wordt steeds belangrijker, nu van mensen verwacht wordt om zoveel mogelijk zelf de zorg in de omgeving te organiseren. Een positieve ontwikkeling is dat sinds 2009 meer mensen vrijwilligerswerk verrichten en op deze manier participeren in de samenleving. Bij zowel de volwassenen als de ouderen is de groep vrijwilligers gegroeid van 25% naar ongeveer 30%. Meer mensen geven aan dat ze hier tijd voor vrij kunnen maken.

Bijna de helft van de ouderen is eenzaam

Ook een goed sociaal netwerk ondersteunt mensen bij het op eigen kracht functioneren in de samenleving. Bijna 60% van de 65-plussers heeft een lokaal netwerk van familie en/of buren. Uit het onderzoek blijkt dat 46% van de 65-plussers eenzaam is. Dit varieert van matig tot zeer ernstig. Het
betreft vooral de ouderen die geen lokaal sociaal netwerk hebben en gereserveerd zijn in hun sociale contacten. Eén op de zeven ouderen heeft geen mensen op wie men volledig kan vertrouwen en één op de elf geeft aan niet genoeg mensen te hebben om op terug te vallen in geval van narigheid. De groep
eenzame ouderen geeft dit vaker aan. Eenzaamheid komt ook voor bij volwassenen. Van de 19 t/m 64- jarigen is bijna 40% eenzaam.

Wat doet de GGD met deze resultaten?

De gegevens uit dit onderzoek worden gebruikt om een goed beeld te krijgen van de gezondheidstoestand van alle volwassenen en ouderen in de regio en de factoren die daarop van invloed zijn. De resultaten kunnen gebruikt worden voor onderbouwing of aanpassing van het gezondheidsbeleid van de gemeenten. De GGD ondersteunt daarbij en adviseert hoe gezondheidsthema’s binnen het lokale gezondheidsbeleid opgepakt kunnen worden. De resultaten zijn te raadplegen op www.ggdgezondheidsatlas.nl.

Laat wat van je horen

*