21 oktober 2019

Duizenden vlinders tijdens tuinvlindertelling 2013

Dagpauwoog

Dagpauwoog, in alle tuinen

De landelijke tuinvlindertelling 2013 was een enorm succes. Er deden meer dan 6000 tuinen mee en daarin werden meer dan 160.000 vlinders geteld. Duidelijke winnaar was de dagpauwoog, die in vrijwel alle tuinen werd gezien. Zilver was voor de gamma-uil, een dagactieve nachtvlinder die dit jaar bijzonder talrijk is in ons land. Op de derde plaats kwam het klein koolwitje.

Vooral in de drie noordelijke provincies en in Zeeland werden veel vlinders gezien (gemiddeld meer dan 35 per tuin). De minste vlinders zijn gemeld uit Noord- en Zuid-Holland en Utrecht, maar dat komt ten dele omdat juist daar de gamma-uil wat minder talrijk was.

Hoeveel vlinders?
Het was mooi weer, en dat zorgde voor veel vlinders. En hoe groter de tuin, hoe meer vlinders er geteld werden. Op het platteland komen meer vlinders in de tuin voor dan in het stadcentrum, bleek uit de telling. Dat was geen verrassing. Toch werden in een heel klein stadstuintje gemiddeld nog 16 vlinders geteld van vijf soorten, zeker als er een buddleia (vlinderstruik) stond.

‘Nomale’ waarden?
Gaat het nu goed met de vlinders? In 2013 viel alles op zijn plek: een koel voorjaar zorgde voor voldoende eten voor de rupsen, en toen de vlinders wilden gaan vliegen werd het zomer en warm. Genieten voor iedereen die van vlinders houdt. Het Landelijk Meetnet Vlinders laat ook zien dat dit een van de beste vlinderzomers is van deze eeuw.

Maar in twintig jaar geleden zou dit een heel gewone vlinderzomer geweest zijn: in de jaren negentig waren er al zes zomers met meer vlinders. De vlinderstand gaat dus achteruit en we zien steeds minder vlinders. Het goede nieuws is dat we deze zomer even terugveren naar wat we vroeger ‘normale waarden’ genoemd zouden hebben.

Bron: De Vlinderstichting

Laat wat van je horen

*