17 juli 2019

Pluim voor natuurbehoud Noord-Brabant

Kleine vos

Kleine vos

De provincie Noord-Brabant boekt successen in het behoud en herstel van plant- en diersoorten. Dat werd benadrukt tijdens het symposium Biodiversiteit en Leefgebieden in Noord-Brabant in ’s-Hertogenbosch. Ook hier staan nog soorten onder druk, maar de provincie werkt planmatig aan herstel.

Van de samenwerkende soortenbeschermingsorganisaties in Nederland kreeg de provincie een cadeau voor de ‘unieke prestaties’ op het gebied van biodiversiteit. Voorzitter Titia Wolterbeek van de Vlinderstichting zei blij te zijn met de voortdurende aandacht die Noord-Brabant, ook in tijden van bezuinigingen, besteedt aan de bescherming van plant- en diersoorten.

Het beleid van de provincie is met name gericht op bescherming, behoud en herstel van leefgebieden, maar dit betekent niet dat soortenbescherming achterwege blijft. Soms is het nodig om een soort extra aandacht te geven totdat de leefgebieden weer zijn hersteld. Het gaat in Noord-Brabant bijvoorbeeld goed met het verbeteren van de populaties van boomkikker, knoflookpad, gladde slang, zwartblauwe rapunzel en heidekartelblad. Van het verbeteren van het leefgebied van de gladde slang profiteerden ook tal van andere soorten zoals nachtzwaluw, roodborsttapuit, bont dikkopje en veldkrekel. Op de heideterreinen in Noord-Brabant worden successen geboekt voor soorten zoals de klokjesgentiaan en het bijbehorende gentiaanblauwtje.

Bron: NB/Vlinderstichting

Steenmarterkalender december: winterperiode

Steenmarter (foto Dick Klees)

Steenmarter (foto Dick Klees)

Steenmarters bereiden zich niet of nauwelijks voor op de winter. Ze gaan niet in winterslaap en ze slaan ook geen extra vet op door veel te eten in het najaar, zoals veel andere dieren wel doen. Natuurlijk is elk beetje vet wat er in het najaar aan komt meegenomen, maar de steenmarter gaat eigenlijk ook in de winter zijn gewone gang. Hij past wel zijn dagrustplaatsen aan. [Lees meer…]

In Brabant 7 natuurprojecten van start

Details zijn belangrijk in ecologische hoofdstructuur (foto HLS Nu)

Details zijn belangrijk in ecologische hoofdstructuur (foto HLS Nu)

Binnenkort wordt een begin gemaakt met het uitbreiden en verbeteren van de natuur in 7 gebieden in Noord-Brabant, waaronder ook een in Heeze-Leende. Het gaat om de volgende gebieden:

  • De Brand en het Hengstven (Het Groene Woud)
  • Mispeleindse Heide en Landschotse Heide (Kempenland)
  • Noordpolder (De Brabantse Wal)
  • Het Middengebied (Peelvenen)
  • De Westelijke Langstraat en Lage Vuchtpolder
  • Het Vlijmensch Ven en de Bossche Broek
  • Bruggerhuizen (Leenderbos).

Grondverwerving en inrichting
Het geld is bestemd voor het verwerven van gronden, functieverandering, ecologische inrichting en hydrologisch herstel. In totaal worden in de projectgebieden 190 hectaren (landbouw)grond verworven en/of via functieverandering in natuur omgezet, 705 hectaren worden ecologisch ingericht en op 1827 hectaren worden hydrologische herstelmaatregelen getroffen.

Snel uitvoerbaar
Deze projecten zijn geselecteerd op snelle uitvoerbaarheid. De provincie Noord-Brabant stelt er bijna 24 miljoen euro voor beschikbaar. De projecten maken deel uit van de ecologische hoofdstructuur (EHS): de belangrijkste gebieden met natuurwaarde in Nederland. Het geld is grotendeels afkomstig van het Rijk (Lenteakkoordmiddelen).

Bron: Brabant.nl

Onderhoud groen gemeenten bijna chemievrij

Glyfosaat, in 2017 ook verboden op sportvelden

Glyfosaat, in 2017 ook verboden op sportvelden


De meeste gemeenten in Brabant gebruiken geen chemicaliën meer bij het onderhoud van openbaar groen. Iets minder dan de helft van alle gemeenten doet dit ook bij onkruidvrij houden van wegen, parkeerplaatsen en trottoirs.
Het gebruik van chemische middelen is slecht voor de kwaliteit van het water en daarmee de drinkwaterwinning. [Lees meer…]

Help egels met een schuilplaats de winter door

Laat een paar blaadjes liggen

Laat een paar blaadjes liggen

In deze tijd van het jaar zoeken egels een plekje om te overwinteren. Tuineigenaren en groenbeheerders kunnen de egels een handje helpen door te zorgen voor plekken waar zij zich kunnen verschuilen.

De winterslaap begint in oktober/november en duurt tot april/mei. Egels houden hun winterslaap in een winternest, dat wordt gemaakt van droge bladeren. Meestal doen ze dit onder een heg, een stapel houtblokken of bijvoorbeeld onder een schuurtje. Het is niet zo dat egels aaneengesloten slapen. Soms worden ze wakker en veranderen zelfs van nest. In het voorjaar, als de nachttemperatuur stijgt en er weer voldoende voedsel is, ontwaken de egels.

Het is belangrijk dat er voldoende plekken zijn voor egels om te overwinteren. Egels houden van een dak boven hun hoofd. Maak dus tuinen en plantsoenen niet helemaal kaal voor de winter, maar laat bladeren en takken liggen. Hieronder kunnen egels een nest maken. In een tuin of besloten park kun je ook een egelhuis neer zetten. Deze zijn zelf te maken.

Tijdens de winterslaap stopt hun spijsvertering, vertraagt de hartslag en ademhaling en neemt hun lichaamstemperatuur af van 35 graden tot maar 10 graden. Probeer egels die in winterrust zijn niet te verstoren. Controleer daarom, als je toch bladeren of takken wilt verwijderen, eerst of er geen egel onder woont. En als er een egel zit, laat die dan lekker slapen!

Bron: Zoogdiervereniging

Tuineigenaren vergeten tuin in herfst en winter

Nu tijd voor werk in de tuin

Nu tijd voor werk in de tuin

De huidige tuinier(ster) weet niet meer dat je in de herfst en winter in de tuin kunt planten, snoeien, bemesten, renoveren, maar ook kunt genieten. In vergelijking met twintig jaar geleden is zo’n 30 procent van de bestedingen aan tuinplanten verschoven van de herfst naar het voorjaar. Vijftig tuinspecialisten concludeerden op een bijeenkomst in De Tuinen van Appeltern een duidelijke afname van tuinkennis bij publiek, maar ook bij tuinexperts.

Instanttuinieren
Volgens vakspecialisten zijn er meerdere verklaringen voor de trend. Allereerst vermindert het contact van de mensen met de natuur. Vanuit thuis en school krijgt men steeds minder mee van natuur en (moes)tuin. Verder werken we meer binnenshuis. Mensen hebben het druk en de concurrentie met andere vrijetijdsbestedingen is toegenomen. We zijn gewend aan snel resultaat en te veel gericht op instanttuinieren. De tuineigenaar heeft minder kennis over tuinieren, weet niet wat hij/zij wanneer in de tuin moet doen en vergeet veel mooie vaste plantensoorten. Boeken over tuinieren zijn anders van opzet, besteden minder aandacht aan werkzaamheden per seizoen. Verder is het assortiment aan vaste planten minder groot en datgene dat je kunt krijgen is het hele jaar verkrijgbaar. De tuinsector zelf heeft ook bijgedragen aan de trend. De tuinier wordt te weinig en op het verkeerde moment geïnformeerd over de mogelijkheden. De kennis en de juiste voorlichting bij de tuincentra ontbreekt doordat het personeel vaak niet ‘groen’ is opgeleid en onvoldoende plantenkennis heeft. Daarbij komt dat de tuincentra zich in het najaar steeds vroeger richten op de kerstperiode. De buiteninrichting van de tuin krijgt maar bescheiden aandacht.

Weersomstandigheden in herfst verbeteren juist
Uit cijfers van het KNMI blijkt dat de weersomstandigheden in de herfst (vooral september en oktober) tegenwoordig in vergelijking met de jaren 80 van de vorige eeuw steeds gunstiger zijn voor de tuinier. De zon schijnt in september 25 procent en oktober 30 procent langer, de tijd dat het regent is in september met 20 procent en oktober 30 procent afgenomen en de maximumtemperatuur is ook gestegen. In het najaar is er daarnaast meer tijd om de tuin te ontwerpen en planten op tijd in de grond te krijgen. In de herfst is de grond warm en nat, de meest ideale tijd voor vaste planten om gemakkelijk aan te slaan en hun wortels diep de grond in te sturen. Bij het aanplanten in het voorjaar krijgen planten minder de kans om goed te wortelen waardoor ze gevoeliger worden voor vorst en droogte. Het toedienen van meststoffen in het najaar bevordert de opname door planten en stimuleert het bodemleven en daarmee de kwaliteit van de bodem. In het najaar en de winter kan er nog veel in bloei staan waarmee voedsel beschikbaar komt voor allerlei dieren die door de steeds hogere temperaturen langer actief blijven. Het najaar is ook het seizoen om bloembollen te poten. Doe je dat op tijd dan heb je vanaf januari al kleur. Er kunnen in de herfst nog veel groenten geteeld worden in de volle grond of in de hobbykas waaronder andijvie, knoflook, spinazie en spitskool. Verder is het natuurlijk de tijd om bomen en struiken te snoeien, zaden te oogsten en planten te vermeerderen. Doordat het najaar vergeten wordt als tuinseizoen moet de tuinsector in een kortere tijd het geld verdienen en wordt ze kwetsbaarder voor weersextremen.
Bron: De Tuinen van Appeltern, De Natuurkalender en Wageningen University

KBO Heeze organiseert Wespenlezing

Een van de vele soorten

Een van de vele soorten

Ieder van ons heeft weleens een pijnlijke ervaring gehad veroorzaakt door één of meerdere wespen. Het is waarschijnlijk dat u toen bent gestoken door een “gewone” wesp. Wist u dat dit maar één van de 400 soorten is die in ons land voorkomen. Ad Brouwers neemt u in zijn lezing in woord en beeld mee naar de wereld van de wespen en laat u enkele markante wespenfamilies nader bekijken. Laat u verrassen door de wespenfamilies en kom op vrijdag 15 november naar sportcafé ’t Pumpke (sporthal) te Heeze. Aanvang van de lezing is 14 uur.  Entree 2,50 euro per persoon.

Nederlanders willen meer doen aan natuur

Nederlandse burgers willen zelf meer bijdragen aan natuur en zien natuur als een belangrijke voorwaarde voor een goede kwaliteit van leven in de directe leefomgeving. Dat blijkt uit een onderzoek van bureau Veldkamp in opdracht van Economische Zaken. Het onderzoek is onderdeel van de tussenstand over het natuurbeleid die staatssecretaris Dijksma in een brief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In het onderzoek geeft 65 procent van de ondervraagden aan dat burgers meer aan natuur willen en kunnen doen. Dat past bij de weg die de overheid is ingeslagen in een andere omgang met natuur. En onderschrijft de waarde die men aan natuur hecht voor het welzijn. Na de aanwezigheid van familie en vrienden (58 procent), staat natuur (15 procent) op de tweede plek. Daarbij is een goede omgang met de natuur voor tweederde (67 procent) van de ondervraagden van wezenlijk belang voor hun kinderen en kleinkinderen.

Het benutten van zelforganiserend vermogen is een van de pijlers van de natuurvisie. Door samenwerking tussen burgers, boeren, bedrijven en maatschappelijke organisaties is al een enorme variatie aan initiatieven ontstaan: van particuliere wildzaaiacties in stedelijke graslandjes tot professionele vergroening van internationale productie- en handelsketens.

In de brief geeft de staatssecretaris aan dat we er nog lang niet zijn. Zo heeft de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur geadviseerd de investeringen in natuurgebieden meer te richten op verbetering van de condities voor soortenrijkdom, en minder op behoud van individuele soorten. Dijksma wil dit advies opvolgen. Natuur moet veerkrachtiger, tegen een stootje kunnen en goed samen gaan met ondernemend Nederland. Dat betekent dat bedrijven de mogelijkheid moeten hebben uit te breiden als de natuur daar geen schade van ondervindt. Ook uit het onderzoek blijkt dat 55 procent van de ondervraagden het een goed idee vindt dat bedrijven meer aan natuur doen.

Bron: EZ

Vogel- en natuurvriendelijke schoolpleinen

Specht bij de Bergerhof

Specht bij de Bergerhof

Vogelbescherming vindt het belangrijk dat kinderen in contact komen met vogels in hun directe omgeving. Een vogel- en natuurvriendelijk schoolplein biedt ruimte aan vogels in de vorm van voedsel, nestgelegenheid en ruimte om te schuilen. Tegelijk zijn groene schoolpleinen ook voor kinderen prettiger. Dit najaar heeft Vogelbescherming daarom een campagne gelanceerd om schoolpleinen vogel- en natuurvriendelijker in te richten: denk aan smulhagen, groene wanden en vogelvoerplekken. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. [Lees meer…]

Natuurwerkdag in het Leenderbos: leerzaam en plezierig

Bewoners van het Leenderbos

Bewoners van het Leenderbos

Een bijdrage leveren aan het onderhoud van de natuur
Staatsbosbeheer en Plattelandsvereniging Hei, Heg & Hoogeind organiseren op zaterdag 2 november 2013 de Landelijke Natuurwerkdag in het Leenderbos. De locatie is bij de Hasselsvennen in het Leenderbos tussen Leende en Valkenswaard. Dit is een bijzonder gebied met heide, vennen, naaldbos en houtsingels. De werkzaamheden bestaan uit jonge bomen zagen, uittrekken of afknippen op de heide en het opschonen van de houtsingels.  Deelnemers wordt aangeraden stevige schoenen/laarzen en werkkleding mee te nemen. Voor gereedschap en werkhandschoenen wordt gezorgd.
Ook kinderen en jongeren zijn van harte welkom. Naast de werkzaamheden worden er hutten gebouwd en de boswachters vertellen over de heide en de vennen.
De Natuurwerkdag begint om 10 uur (ontvangst vanaf 9.30) en eindigt rond 15 uur. In de pauzes wordt door Staatsbosbeheer en Plattelandsvereniging Hei, Heg & Hoogeind voor koffie/thee, soep en broodjes gezorgd. De locatie is het beste te bereiken vanaf de ingang van het Leenderbos aan de Valkenswaardseweg (N396) tussen Leende en Valkenswaard.
Aanmelden: www.natuurwerkdag.nl/meedoen/locatie/leenderbos-leende/67
Locatieleider: Paul van Liempt, 06-13311549