13 december 2018

AH Heeze wil duurzaamheid uitdragen

Toekenning Keurmerk krijgt vervolg

Toekenning Keurmerk krijgt vervolg (foto Margot van den Boer)

Na de toekenning van het Super Supermarkt Keurmerk op 20 februari 2013 wil AH Heeze-Leende dit ook uitdragen naar de klanten. Er verschijnt een magazine dat het teken staat van duurzaamheid. Dit magazine wordt huis aan huis verspreid en er staan stukken in over het filiaal. Bijvoorbeeld over de betekenis van het keurmerk:

  • Het keurmerk is het Nederlandse keurmerk voor zelfstandige supermarktondernemers die serieus en controleerbaar bezig zijn met duurzaam en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).
  • Waarom? Het keurmerk is in het leven geroepen om de maatschappelijke betrokkenheid en de link  naar duurzaamheid, duidelijker onder de aandacht te brengen. Niet alleen door het te communiceren, maar ook door daadwerkelijk te toetsen.
  • De 7 criteria die van het supermarkt Keurmerk zijn afgeleid van de ISO 26.000 richtlijnen en zijn samen met TNO ontwikkeld. ISO 26.000 is een internationale richtlijn over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van organisaties. De criteria zijn vervolgens door TNO getoetst aan de MVO-ladder. De zeven criteria zijn:
  1. Duurzaam met energie
  2. Lokale betrokkenheid
  3. Onderscheidend assortiment
  4. Afvalinzameling- en reductie
  5. Veiligheid en preventie
  6. Stimulerend personeelsbeleid
  7. Besparende transport en logistiek

Nieuwe steunmogelijkheden voor bedrijven in regio Eindhoven

Voor bedrijven in de stadsregio Eindhoven (SRE) zijn met ingang van 2013 twee nieuwe regelingen beschikbaar gekomen, te weten de SRE Investeringsregeling (SIR) en de SRE Adviesregeling (SAR). Deze regelingen zijn met name bedoeld om vernieuwende ontwikkelingen in het MKB met een meerwaarde voor de regio  te stimuleren. De SIR heeft de vorm van een renteloze lening, de SAR is een subsidieregeling.

Financiële ondersteuning
Met ingang van 2013 heeft de SRE een tweetal ondersteuningsregelingen in het leven geroepen, die bedoeld zijn voor vernieuwende ontwikkelingen voor het MKB in de regio, te weten de SRE Investeringsregeling (SIR) en de SRE Adviesregeling (SAR). De SRE wil hiermee ontwikkelingen stimuleren die een meerwaarde geven aan de regio.
De SIR is een renteloze lening bedoeld voor inrichting of aanschaf van nieuwe apparatuur, om nieuwe producten aan te bieden, om markten te verbreden of om een nieuwe markt aan te boren. De SAR voorziet in subsidie op de kosten van een externe adviseur, met als doel het onderbouwen van een innovatie of de implementatie ervan te vergemakkelijken.
Voor beide regelingen is gekozen voor een laagdrempelige aanpak. Als belangrijkste eisen gelden dat een bedrijf gevestigd moet zijn in de regio en dat deze een nieuwe economische activiteit wil ontwikkelen.

Financieringsruimte
Voor de SIR geldt dat tot 30 procent van de gemaakte kosten in aanmerking genomen kunnen worden, met een minimum van € 450,- per bedrijfsmiddel en € 15.000,- voor het gehele project. De SAR kan ingezet worden voor de volledige advieskosten die samengaan met de uitvoering van het project. Voor de SIR en SAR samen geldt dat er tot een maximum van € 50.000,- voor beide regelingen samen kan worden aangevraagd.
Aanvragen kunnen doorlopend worden ingediend, voor de regeling is een budget beschikbaar van € 300.000,-.

Bron: SRE, www.plusprojects.nl

Albert Heijn Boonaerts krijgt keurmerk Super Supermarkt

Joris Boonaerts ontvangt het keurmerk uit handen van wethouder Vande Rijt

Joris Boonaerts ontvangt het keurmerk uit handen van wethouder Van der Rijt

Op woensdag 20 februari heeft AH Boonaerts het Super Supermarkt Keurmerk (SSK) in ontvangst genomen. Deze ondernemer voldoet aan de zeven criteria die de basis vormen van het keurmerk en onderscheidt zich door het lokale verenigingsleven in de volle breedte te sponsoren, bewust aandacht te besteden aan de veiligheid van klanten en medewerkers in de winkel en een actief scholingsbeleid uit te voeren. Wethouder Wilma van der Rijt complimenteerde de heer Boonaerts met het behaalde resultaat en gaf aan trots te zijn op zo’n ondernemer in de gemeente.
Het Super Supermarkt Keurmerk (SSK) is een nieuw label voor zelfstandige supermarktondernemers die duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het SSK is ontwikkeld door brancheorganisatie Vakcentrum in samenwerking met TNO. Het doel van het keurmerk is het stimuleren van duurzaam ondernemerschap. Daarnaast biedt het de zelfstandige supermarktondernemer ook een platform om praktijkvoorbeelden over duurzaam ondernemen met de klant en de buurt te delen. Met het keurmerk willen de zelfstandig supermarktondernemers ook bijdragen aan de verduurzaming van de Nederlandse supermarktbranche.

Bijeenkomst aanbesteden voor ondernemers

Het Bureau Inkoop Zuidoost Brabant (BIZOB) schrijft namens enkele gemeenten in Zuidoost Brabant binnenkort een aantal aanbestedingen uit. Voor het zover is willen de inkopers graag in gesprek met ondernemers die deze opdracht wellicht kunnen uitvoeren. Tijdens de bijeenkomst ‘Ondernemend Aanbesteden’ op 5 maart 2013 willen ze van gedachten wisselen over de mogelijkheden om gezamenlijk in te schrijven. Sommige aanbestedingen zijn voor een individuele ondernemer of bedrijf te omvangrijk, maar in samenwerking kan een inschrijving wel kansrijk zijn. BIZOB wil graag met ondernemers in gesprek over deze concrete aanbesteding om te horen of een gezamenlijke inschrijving kansrijk is.
Als een specifieke aanbesteding niet interessant is, kunt u deze dag de workshop ‘De overheid als klant’ volgen. Hierin leert u het verschil tussen zakendoen met de overheid en zakendoen tussen bedrijven. Wat zijn de valkuilen en hoe kunt u die voorkomen? Hoe komt u aan meer achtergrondinformatie om te zorgen dat uw aanbieding voldoet aan de wensen van uw publieke klant? Met wie neemt u contact op over een opdracht? Ook kunt u zich inschrijven voor de workshop ‘Eerste hulp bij aanbesteden’ waarin inkopers van BIZOB met u samen een aanbesteding doorlopen. Daarbij geven ze aan wat u wel kunt doen en wat u zeker moet laten bij het invullen van de aanbestedingsdocumenten. Aan deelname zijn geen kosten verbonden.
Informatie en inschrijven

 

Brabant maakt uitzonderingen voor megastallen

Noord-Brabant wil in bijzondere gevallen toestaan dat veehouderijen groter worden dan de 1,5 hectare die drie jaar geleden na een burgerinitiatief tegen megastallen is afgesproken. Gedeputeerde Staten stelden dat deze week voor aan Provinciale Staten.
In overbelaste situaties wil de provincie een grotere stal op een andere plek toestaan. Ook als er buiten de grenzen van de 1,5 hectare maatregelen zijn te nemen om de stal beter in het landschap te passen is een marginale uitbreiding mogelijk. Melkveehouders die willen omschakelen naar een bedrijf met koeien in de wei mogen ook grotere stallen hebben.
De provincie wil wel dat alle uitbreiders voldoen aan extra eisen die nog moeten worden opgesteld in een zogenoemde maatlat. Bovendien wordt een dialoog met de buren verplicht.
Uitbreiding boven 1,5 hectare ligt erg gevoelig in Brabant, bij natuur- en milieuorganisaties en bij bijvoorbeeld ruim 33.000 ondertekenaars van het toenmalige burgerinitiatief tegen megastallen. Ook Provinciale Staten zijn kritisch op uitbreidingen. Eind 2011 hebben Provinciale Staten bijvoorbeeld afgesproken dat de Brabantse veestapel kleiner moet. Om PS tegemoet te komen komt er een systeem waarbij boeren alleen nog extra dieren gaan houden als er in de buurt bedrijven zijn gestopt. De provincie zegt dat er zo een natuurlijke rem ontstaat op de groei van de veestapel.

Faillissement, doorstart en dan van alles af?

Het aantal faillissementen is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Naast economische omstandigheden kan ook falend bestuur nog steeds de oorzaak zijn achter een faillissement. Zomaar opnieuw beginnen met een eerder mislukt bedrijfsconcept is echter minder gemakkelijk sinds een recente uitspraak door het hof Arnhem. Door: Geneviève Galjé-Deckers van Advocatenkantoor Galjé-Deckers (gelieerd aan Jan Deckers uit Heeze)

Inleiding
Op 1 juli 2011 is het preventief toezicht van het Ministerie van Justitie voor de oprichting van vennootschappen afgelast. De voordelen zijn duidelijk; de oprichting kan veel sneller worden geëffectueerd en de problemen rondom rechtshandelingen verricht voor de oprichting van een vennootschap worden vermeden. Ik herinner mij nog mijn notities aan collega’s dat er vanaf half november geen oprichtingen meer haalbaar waren in dat jaar, omdat het ministerie dan geen verklaringen van geen bezwaar meer kon afgeven. Als een oprichter of een toekomstig bestuurder betrokken was geweest bij een faillissement van een andere onderneming werden er additionele vragen gesteld en kwam de verklaring van geen bezwaar nog later of helemaal niet. Soms werden er aan de oprichting bepaalde voorwaarden gesteld. Die hindernissen zijn verdwenen. Er is slechts repressief toezicht.

Ik hoor nu klachten van crediteuren van failliete bedrijven, die er achter komen dat een bestuurder van een failliet bedrijf gestart is met een nieuw bedrijf vergelijkbaar met de failliete onderneming. Alle schulden en verplichtingen achter zich latend, probeert hij het bedrijfsconcept nog een keer met een schone lei. Kan dat zo maar? Er is in ieder geval geen controle vooraf meer van het Ministerie van Justitie. Direct van start gaan is dus mogelijk, ook al is de oprichter of bestuurder van de nieuwe onderneming betrokken geweest bij een faillissement.

De wet
Vanzelfsprekend blijft een bestuurder, ook al is hij bestuurder van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, het risico lopen aansprakelijk te worden gesteld. Een bestuurder is, in geval van een faillissement, hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Dit geldt voor het faillissement van het eerste bedrijf, maar ook in geval van faillissement van de nieuwe onderneming.

Stel, de nieuwe onderneming gaat ook failliet. De curator zal dan kijken naar het handelen en nalaten van de bestuurder. De bewijslast van het onbehoorlijk vervullen door de bestuurder van zijn taak ligt bij de curator. Een van de factoren die daarin meewegen is hetgeen de bestuurder voorzag of kon voorzien op het moment dat de bestuurder de taak vervulde. Indien het bedrijfsconcept geen kans van slagen had en dit was al duidelijk in de oude onderneming, kan dit aanleiding zijn om de bestuurder aansprakelijk te stellen.

Het hof Arnhem heeft uitspraak gedaan in zo’n situatie. Het hof oordeelde dat de bestuurder zijn taak onbehoorlijk had vervuld omdat hij, in het kader van een doorstart, lichtvaardig een nieuwe vennootschap had opgericht met hetzelfde bedrijfsconcept als door de bestuurder eerder opgerichte bedrijven die met dit concept al failliet gingen. Het oprichten van een besloten vennootschap aan de hand van een bedrijfsconcept dat al eerder mislukt is, kan een belangrijke oorzaak van een faillissement zijn, aldus het hof. De bestuurder is als gevolg hiervan aansprakelijk gehouden.

Iemand die een bedrijfsconcept wil gebruiken dat, zeker als dat al meerdere malen is mislukt, dient te onderzoeken hoe het concept zodanig te veranderen is, dat dit in gewijzigde vorm wel succesvol zou kunnen zijn. Vaak zijn er meerdere oorzaken voor een mislukt concept aan te wijzen. De doorstartende bestuurder zal de nieuwe onderneming anders moeten opzetten om die oorzaken te vermijden. Als het mis gaat met de nieuwe onderneming, zal de bestuurder bewust anders handelen moeten kunnen aantonen middels een verbeterd concept, een deugdelijk bedrijfsplan of begroting en voldoende financiële middelen.

Het hof meent dat een zorgvuldig handelend bestuurder moet trachten te voorkomen dat schuldeisers de dupe worden van het lichtvaardig oprichten van een onderneming. Dit geldt overigens ook voor vennootschappen of personen die in de nieuwe onderneming beleid hebben bepaald en hebben gehandeld alsof zij bestuurder waren.

Conclusie
Bestuurders schudden het verleden van een failliete vennootschap waar bij zij betrokken zijn geweest, niet zomaar van zich af. Dit verleden kan worden meegenomen bij een volgend faillissement. En dat kan leiden tot aansprakelijkheid van de bestuurder. Zo worden schuldeisers toch nog beschermd.

Brainport regio Eindhoven landelijk voorbeeld

Dankzij nauwe samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven kan de regio Eindhoven een belangrijke rol spelen bij het aanpakken van het tekort aan technisch personeel in Nederland. Dat zei minister Kamp van Economische Zaken (EZ) 21 januari 2013 tijdens een bezoek aan High Tech Campus Eindhoven, waar hij het ‘Technologiepact Brainport’ overhandigd kreeg. In het pact doen onderwijs, bedrijfsleven en de overheid uit de Brainport regio Eindhoven gezamenlijk voorstellen om het tekort aan personeel aan te pakken. Zo wordt in zowel het basisonderwijs als voortgezet onderwijs de aandacht voor techniek vergroot. Ook zorgen bedrijven uit de regio voor meer stage- en opleidingsplaatsen en komt er een proef om te kijken of mensen die een technische opleiding doen een werkgarantie kunnen krijgen. ‘Eindhoven is een van de slimste regio’s ter wereld, mede dankzij de goede samenwerking tussen bedrijfsleven en het onderwijs’, aldus minister Kamp. ‘Ik ben blij met het aanbod van de regio om deze ervaring in te zetten voor een landelijk techniekpact. Hopelijk inspireert dit andere regio’s om hetzelfde te doen’. Het bedrijfsleven verwacht de komende jaren een tekort van 150.000 technisch geschoolde vakkrachten. Daarom werken de ministeries van EZ, SZW en OCW samen met het bedrijfsleven, het onderwijsveld en vertegenwoordigers uit de regio aan een nationaal Techniekpact. In april moet het pact klaar zijn.
Bron: Rijksoverheid