2 juli 2020

Archief voor 28 juni 2020

Adriaan vertelt vanuit Colombia: Wie gaat dat betalen?

Adriaan van der Velden woont en werkt in Colombia: “Ruim 13 weken zitten we nu binnen. Hier hebben ze casa por carcel, dat is zoiets als huisarrest. Dat wordt hier meestal gebruikt voor de politici en de rijke misdadigers.

Na 13 weken kunnen wij jullie mededelen dat dit reuze meevalt. Mijn vrouw poetst het huis kapot, onze pleegdochter studeert de hele dag en ik heb ook al een cursus Engels/Spaans afgemaakt. Ik denk er nu aan om een cursus Chinees te beginnen. Dan kan ik zelf lezen wat ze ons allemaal wijs proberen te maken.

We zitten nu op 53.000 besmettingen en 2200 geregistreerde doden. In Cartagena kennen we 5000 besmettingen en 200 doden. Het vervelendste is wel dat iedereen zegt dat het ergste nog moet komen. Dus dat gaat nog wel een tijdje aanhouden.

Waar ik me veel drukker over maak is de gedachte, wie gaat dit allemaal betalen. Colombia is geen Nederland. Hier hoor je geen enkel woord over miljarden pakketten aan hulp. Het enige wat je hier ziet zijn rode vlaggen uit de ramen. Dat wil zeggen, help ons, we hebben honger. De middenstand heeft een keer een hulppakket ontvangen van 375.000 peso’s (€ 95,00).

Daarnaast hebben de banken de opdracht gekregen om tolerant te zijn in de krediet verstrekking. Of je daar blij mee moet zijn. Een groot bedrijf betaald hier tussen de 5% en 10% rente per jaar, een middelgroot bedrijf tussen de 10% en 20% en de kleine bedrijven tot 50%.

Veel productie bedrijven zijn nog steeds in bedrijf maar een stad als Cartagena draait voor een groot gedeelte op het toerisme. In de stad zijn meer dan 1000 restaurants en 300 hotels. Duizenden mensen leven ook nog eens van de toeleveringen en onderhoud. Die zijn allemaal al 13 weken dicht. En die zullen nog heel lang dicht zijn. Dat wordt, zeker dit jaar, helemaal niets meer.

Dit virus heeft een enorme impact op een economie die net de laatste jaren aan het opbloeien was. Het risico is heel groot dat we weer jaren terug geslingerd worden in de tijd. Elke ondernemer probeert op zijn manier nog iets van zijn omzet te behouden. Maar ze zijn er niet op ingericht. Wij hebben een paar keer een maaltijd laten bezorgen maar als je dan een koude en kleffe hap op je bord heb liggen moet je wel heel enthousiast zijn om nog een keer te bestellen. En het blijft een druppel op een gloeiende plaat.

We steken vanavond nog maar weer een kaars aan. Met de hoop dat het virus niet nog meer ellende aan gaat richten. Meer kunnen we helaas ook niet.”